BWBR0009201
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 61
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming
1. Bij het aanleggen van een zakput geldt in afwijking van de artikelen 59en 60het bepaalde in dit artikel.
2. Bij het aanleggen van een zakput moeten ten minste 2 grondboringen per zakput worden uitgevoerd.
3. De grondboringen moeten ter plaatse van de aanleg van de zakput gelijkmatig verdeeld over het bodemoppervlak worden uitgevoerd.
4. De diepte van de grondboringen per zakput moet ten minste zijn: 1 grondboring tot 10 meter beneden het bodemoppervlak en 1 grondboring tot beneden de onderzijde van de infiltratievoorziening.
5. Ten minste één grondboring tot 10 meter beneden het bodemoppervlak moet worden gebruikt voor het plaatsen van een peilbuis.
6. Het plaatsen van een peilbuis, als bedoeld in het vijfde lid, kan achterwege blijven indien de grondwaterstand dieper dan 10 meter beneden het bodemoppervlak is gelegen.
2. Bij het aanleggen van een zakput moeten ten minste 2 grondboringen per zakput worden uitgevoerd.
3. De grondboringen moeten ter plaatse van de aanleg van de zakput gelijkmatig verdeeld over het bodemoppervlak worden uitgevoerd.
4. De diepte van de grondboringen per zakput moet ten minste zijn: 1 grondboring tot 10 meter beneden het bodemoppervlak en 1 grondboring tot beneden de onderzijde van de infiltratievoorziening.
5. Ten minste één grondboring tot 10 meter beneden het bodemoppervlak moet worden gebruikt voor het plaatsen van een peilbuis.
6. Het plaatsen van een peilbuis, als bedoeld in het vijfde lid, kan achterwege blijven indien de grondwaterstand dieper dan 10 meter beneden het bodemoppervlak is gelegen.