BWBR0009201
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 57
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming
1. Op basis van een bodemkundige profielbeschrijving ter plaatse van de aan te leggen infiltratievoorziening moeten van de grondlaag dan wel de grondlagen die in contact komen met de infiltratievoorziening worden vastgesteld:
a. het leemgehalte,
b. het lutumgehalte,
c. het organische-stofgehalte in gewichtsprocenten van de grond, en
d. de mediaan van de zandfractie.
2. Uit de gegevens bedoeld in het eerste lid moet worden vastgesteld of de grondlaag dan wel de grondlagen waarmee de infiltratievoorziening in contact zal komen gerekend moet worden tot de bovengrond dan wel de ondergrond.
3. De indeling van de grondlaag dan wel de grondlagen moet plaatsvinden met behulp van de bij deze regeling behorende bijlage 2.
4. Indien uit de bodemkundige profielbeschrijving de grens tussen boven- en ondergrond niet is vast te stellen, moet bij de indeling van de grondlaag dan wel de grondlagen worden uitgegaan van de ondergrond.
a. het leemgehalte,
b. het lutumgehalte,
c. het organische-stofgehalte in gewichtsprocenten van de grond, en
d. de mediaan van de zandfractie.
2. Uit de gegevens bedoeld in het eerste lid moet worden vastgesteld of de grondlaag dan wel de grondlagen waarmee de infiltratievoorziening in contact zal komen gerekend moet worden tot de bovengrond dan wel de ondergrond.
3. De indeling van de grondlaag dan wel de grondlagen moet plaatsvinden met behulp van de bij deze regeling behorende bijlage 2.
4. Indien uit de bodemkundige profielbeschrijving de grens tussen boven- en ondergrond niet is vast te stellen, moet bij de indeling van de grondlaag dan wel de grondlagen worden uitgegaan van de ondergrond.