BWBR0009201
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 40
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming
1. De afvoerdrainleidingen onder het filterzandpakket moeten recht onder de aanvoerdrainleidingen zijn gelegen, op een vloeistofdichte laag, onder een verhang van 1:500.
2. Het aantal afvoerdrainleidingen moet gelijk zijn aan het aantal aanvoerdrainleidingen.
3. De afvoerdrainleidingen moeten zijn omgeven met een laag grof grind zodanig dat aan de bovenzijde van de afvoerdrainleidingen een laag van ten minste 10 cm aanwezig is.
4. De bovenstroomse uiteinden van de afvoerdrainleidingen moeten zijn voorzien van ontluchtingspijpen.
2. Het aantal afvoerdrainleidingen moet gelijk zijn aan het aantal aanvoerdrainleidingen.
3. De afvoerdrainleidingen moeten zijn omgeven met een laag grof grind zodanig dat aan de bovenzijde van de afvoerdrainleidingen een laag van ten minste 10 cm aanwezig is.
4. De bovenstroomse uiteinden van de afvoerdrainleidingen moeten zijn voorzien van ontluchtingspijpen.