BWBR0009201
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 28
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming
1. De instroomopening in het eerste compartiment van de septic tank moet zich ten minste 10 cm boven het waterniveau bevinden en vrij kunnen afwateren. De toevoerpijp moet ten minste 5 en ten hoogste 10 cm uit de binnenwand steken.
2. De doorstroomopeningen in de scheidingswanden tussen de compartimenten van de septic tank moeten zodanig zijn uitgevoerd dat:
a. doorvoer van bodemslib en drijflagen wordt voorkomen,
b. de gezamenlijke oppervlakte van de doorstroomopeningen per scheidingswand ten minste 100 cm2 en ten hoogste 400 cm2 bedraagt,
c. de bovenkant van de doorstroomopeningen ten minste 30 cm onder het waterniveau ligt, en
d. de onderkant van de doorstroomopeningen ten minste hoger ligt dan de helft van de waterhoogte gemeten vanaf de bodem van de tank.
3. De afvoeropening van de septic tank moet zijn voorzien van een duikschot of een T-stuk zodat afvoer van bodemslib of drijflagen wordt voorkomen.
2. De doorstroomopeningen in de scheidingswanden tussen de compartimenten van de septic tank moeten zodanig zijn uitgevoerd dat:
a. doorvoer van bodemslib en drijflagen wordt voorkomen,
b. de gezamenlijke oppervlakte van de doorstroomopeningen per scheidingswand ten minste 100 cm2 en ten hoogste 400 cm2 bedraagt,
c. de bovenkant van de doorstroomopeningen ten minste 30 cm onder het waterniveau ligt, en
d. de onderkant van de doorstroomopeningen ten minste hoger ligt dan de helft van de waterhoogte gemeten vanaf de bodem van de tank.
3. De afvoeropening van de septic tank moet zijn voorzien van een duikschot of een T-stuk zodat afvoer van bodemslib of drijflagen wordt voorkomen.