BWBR0009201
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 58
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming
1. De gemiddeld hoogste grondwaterstand moet worden vastgesteld op grond van een bodemkundige profielbeschrijving ter plaatse van de aanleg van de infiltratievoorziening.
2. Indien de grondwaterstand dieper dan 5 meter beneden het bodemoppervlak is gelegen geldt als de gemiddeld hoogste grondwaterstand het niveau van 5 meter beneden het bodemoppervlak.
3. Het bevoegd gezag kan op daartoe strekkende aanvraag bepalen dat in afwijking van het eerste en tweede lid de gemiddeld hoogste grondwaterstand die ter plaatse in de 5 jaar voorafgaand aan de lozing in de bodem voor andere doeleinden is vastgesteld geldt als de gemiddeld hoogste grondwaterstand.
2. Indien de grondwaterstand dieper dan 5 meter beneden het bodemoppervlak is gelegen geldt als de gemiddeld hoogste grondwaterstand het niveau van 5 meter beneden het bodemoppervlak.
3. Het bevoegd gezag kan op daartoe strekkende aanvraag bepalen dat in afwijking van het eerste en tweede lid de gemiddeld hoogste grondwaterstand die ter plaatse in de 5 jaar voorafgaand aan de lozing in de bodem voor andere doeleinden is vastgesteld geldt als de gemiddeld hoogste grondwaterstand.