BWBR0009201
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 15
Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming
1. De bij de dimensionering van een zuiveringssysteem te hanteren waarden voor de dagaanvoer en de organische vuilvracht in het ruwe afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moeten over een tijdvak van een jaar zodanig worden vastgesteld uit de dagwaarden van het geregistreerde waterverbruik, bedoeld in artikel 12, en de dagwaarden van de organische vuilvracht, bedoeld in artikel 14, dat deze waarden:
a. ten minste gelijk zijn aan de som van het rekenkundig gemiddelde en de standaardafwijking van de dagwaarden over een tijdvak van een jaar,
b. ten hoogste 73 dagen van het jaar worden overschreden, waarbij een overschrijding niet langer dan 20 aaneengesloten dagen mag plaatsvinden, en
c. ten hoogste op 5 achtereenvolgende dagen worden overschreden met gemiddeld meer dan 50 procent, waarbij het totaal aantal dagen van deze overschrijdingsperioden maximaal 18 dagen van het jaar mag bedragen.
2. De bij de dimensionering van een zuiveringssysteem te hanteren waarden voor de dagaanvoer en de organische vuilvracht in het ruwe afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moeten indien daarbij gedurende een aaneengesloten tijdvak van langer dan een maand per jaar geen lozing in de bodem plaatsvindt, over een tijdvak van een jaar zodanig worden vastgesteld uit de dagwaarden van het geregistreerde waterverbruik, bedoeld in artikel 12, en de dagwaarden van de organische vuilvracht, bedoeld in artikel 14, dat deze waarden:
a. ten minste gelijk zijn aan de som van het rekenkundig gemiddelde en de standaardafwijking van de dagwaarden gedurende het tijdvak dat de lozing in de bodem plaatsvindt,
b. ten hoogste op 14 dagen worden overschreden in een tijdvak van 56 achtereenvolgende dagen, en
c. ten hoogste op 5 achtereenvolgende dagen worden overschreden met gemiddeld meer dan 50 procent.
a. ten minste gelijk zijn aan de som van het rekenkundig gemiddelde en de standaardafwijking van de dagwaarden over een tijdvak van een jaar,
b. ten hoogste 73 dagen van het jaar worden overschreden, waarbij een overschrijding niet langer dan 20 aaneengesloten dagen mag plaatsvinden, en
c. ten hoogste op 5 achtereenvolgende dagen worden overschreden met gemiddeld meer dan 50 procent, waarbij het totaal aantal dagen van deze overschrijdingsperioden maximaal 18 dagen van het jaar mag bedragen.
2. De bij de dimensionering van een zuiveringssysteem te hanteren waarden voor de dagaanvoer en de organische vuilvracht in het ruwe afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moeten indien daarbij gedurende een aaneengesloten tijdvak van langer dan een maand per jaar geen lozing in de bodem plaatsvindt, over een tijdvak van een jaar zodanig worden vastgesteld uit de dagwaarden van het geregistreerde waterverbruik, bedoeld in artikel 12, en de dagwaarden van de organische vuilvracht, bedoeld in artikel 14, dat deze waarden:
a. ten minste gelijk zijn aan de som van het rekenkundig gemiddelde en de standaardafwijking van de dagwaarden gedurende het tijdvak dat de lozing in de bodem plaatsvindt,
b. ten hoogste op 14 dagen worden overschreden in een tijdvak van 56 achtereenvolgende dagen, en
c. ten hoogste op 5 achtereenvolgende dagen worden overschreden met gemiddeld meer dan 50 procent.