BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 3
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Werkloos is de betrokkene die:
a. ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, alsmede het recht op onverminderde doorbetaling van zijn loon over die uren, en
b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het aantal uren waarin de betrokkene in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren gemiddeld per week arbeid als betrokkene heeft verricht. Indien de betrokkene minder dan vijf arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, wordt bij de bepaling van het aantal arbeidsuren, bedoeld in de eerste volzin, mede in aanmerking genomen het aantal uren waarin de betrokkene in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren gemiddeld per week werkzaamheden heeft verricht uit hoofde waarvan hij niet als betrokkene wordt beschouwd, met dien verstande dat de arbeidsuren waarover de betrokkene geen betrokkene is geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit.
3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het eerste en tweede lid regels vastgesteld worden:
a. omtrent de berekening van het aantal arbeidsuren bij een opeenvolgend verlies van arbeidsuren, waarbij andere perioden voor de berekening van het aantal gewerkte arbeidsuren in aanmerking kunnen worden genomen;
b. waarbij voor bepaalde groepen betrokkenen een kortere of langere periode voor de berekening van het aantal gewerkte arbeidsuren geldt.
4. Bij ministeriële regeling kan een regeling vastgesteld worden waarbij ten aanzien van bepaalde groepen van werknemers die in de regel meer dan 50 uren per kalenderweek werken, bij verlies van arbeidsuren uit een dienstbetrekking, waarin over de laatste 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren gemiddeld meer dan 50 uren is gewerkt, voor de toepassing van het tweede lid bepaald worden welk aantal uren ten hoogste in aanmerking wordt genomen.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels vastgesteld worden waarbij:
a. voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in het tweede lid, uren waarin geen arbeid is verricht gelijkgesteld worden met arbeidsuren en uren waarin arbeid is verricht buiten beschouwing gelaten worden;
b. voor de berekening van het verlies van arbeidsuren regels gesteld worden met betrekking tot wisselende arbeidspatronen.
6. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen is de eerste dag van werkloosheid de eerste dag waarop een verlies van een of meer uren, alsmede een verlies van het recht op onverminderde doorbetaling van het loon over die uren intreedt in de kalenderweek waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid.
7. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen is de eerste dag van werkloosheid voor degene die na afloop van lang buitengewoon verlof ontslagen wordt de dag volgend op die waarop het lang buitengewoon verlof afloopt. Voor de berekening van het verlies van het aantal arbeidsuren, bedoeld in het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal arbeidsuren waarin de betrokkene in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn buitengewoon verlof gemiddeld per week arbeid heeft verricht. Voor het loonverlies wordt uitgegaan van de schaal en het regelnummer waarnaar betrokkene bezoldigd werd in de betrekking waaruit hij buitengewoon verlof genoot op het moment onmiddellijk voorafgaand aan dat buitengewoon verlof.
8. Indien bij het intreden van het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, aan een van de overige in dat lid genoemde voorwaarden niet wordt voldaan, of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen als eerste werkloosheidsdag aangemerkt de dag van de kalenderweek waarop aan de overige voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan, en zich geen omstandigheid meer voordoet als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
9. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen is de maandag de eerste dag van de kalenderweek.
a. ten minste vijf of ten minste de helft van zijn arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, alsmede het recht op onverminderde doorbetaling van zijn loon over die uren, en
b. beschikbaar is om arbeid te aanvaarden.
2. Onder de in het eerste lid bedoelde arbeidsuren per kalenderweek wordt verstaan het aantal uren waarin de betrokkene in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren gemiddeld per week arbeid als betrokkene heeft verricht. Indien de betrokkene minder dan vijf arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, wordt bij de bepaling van het aantal arbeidsuren, bedoeld in de eerste volzin, mede in aanmerking genomen het aantal uren waarin de betrokkene in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren gemiddeld per week werkzaamheden heeft verricht uit hoofde waarvan hij niet als betrokkene wordt beschouwd, met dien verstande dat de arbeidsuren waarover de betrokkene geen betrokkene is geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit.
3. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot het eerste en tweede lid regels vastgesteld worden:
a. omtrent de berekening van het aantal arbeidsuren bij een opeenvolgend verlies van arbeidsuren, waarbij andere perioden voor de berekening van het aantal gewerkte arbeidsuren in aanmerking kunnen worden genomen;
b. waarbij voor bepaalde groepen betrokkenen een kortere of langere periode voor de berekening van het aantal gewerkte arbeidsuren geldt.
4. Bij ministeriële regeling kan een regeling vastgesteld worden waarbij ten aanzien van bepaalde groepen van werknemers die in de regel meer dan 50 uren per kalenderweek werken, bij verlies van arbeidsuren uit een dienstbetrekking, waarin over de laatste 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren gemiddeld meer dan 50 uren is gewerkt, voor de toepassing van het tweede lid bepaald worden welk aantal uren ten hoogste in aanmerking wordt genomen.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels vastgesteld worden waarbij:
a. voor de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in het tweede lid, uren waarin geen arbeid is verricht gelijkgesteld worden met arbeidsuren en uren waarin arbeid is verricht buiten beschouwing gelaten worden;
b. voor de berekening van het verlies van arbeidsuren regels gesteld worden met betrekking tot wisselende arbeidspatronen.
6. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop gebaseerde bepalingen is de eerste dag van werkloosheid de eerste dag waarop een verlies van een of meer uren, alsmede een verlies van het recht op onverminderde doorbetaling van het loon over die uren intreedt in de kalenderweek waarin zich een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid.
7. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen is de eerste dag van werkloosheid voor degene die na afloop van lang buitengewoon verlof ontslagen wordt de dag volgend op die waarop het lang buitengewoon verlof afloopt. Voor de berekening van het verlies van het aantal arbeidsuren, bedoeld in het tweede lid wordt uitgegaan van het aantal arbeidsuren waarin de betrokkene in de 26 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn buitengewoon verlof gemiddeld per week arbeid heeft verricht. Voor het loonverlies wordt uitgegaan van de schaal en het regelnummer waarnaar betrokkene bezoldigd werd in de betrekking waaruit hij buitengewoon verlof genoot op het moment onmiddellijk voorafgaand aan dat buitengewoon verlof.
8. Indien bij het intreden van het arbeidsurenverlies, bedoeld in het eerste lid, aan een van de overige in dat lid genoemde voorwaarden niet wordt voldaan, of zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen als eerste werkloosheidsdag aangemerkt de dag van de kalenderweek waarop aan de overige voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan, en zich geen omstandigheid meer voordoet als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
9. Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen is de maandag de eerste dag van de kalenderweek.