BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 4b
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Voor de toepassing van artikel 4, onder b, onder 1°, worden de volgende dagen gelijkgesteld aan dagen waarover loon is ontvangen:
a. dagen waarover een persoon recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
b. dagen waarover een persoon ter zake van een dienstbetrekking recht heeft op een wao-uitkering als bedoeld in paragraaf 9 van de Wet privatisering ABP, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met die arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van de middelsom, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
c. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
d. dagen waarover een persoon na eindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet, over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
e. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld onder a of d.
2. Voor de toepassing van artikel 4, onder b, onder 1°, worden kalenderjaren, die niet reeds voor de berekening in aanmerking genomen zijn, waarin een betrokkene een tot zijn huishouden behorend kind verzorgt dat bij de aanvang van dat kalenderjaar:
a. de leeftijd van zes jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen;
b. de leeftijd van zes jaar, doch die van 12 jaar nog niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
3. Het tweede lid vindt geen toepassing indien:
a. de verzorgende betrokkene in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid; of
b. de verzorging uitsluitend of vrijwel uitsluitend buiten Nederland plaatsvindt.
4. Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende personen zijn als bedoeld in het tweede lid, wordt voor de toepassing van dat lid als verzorgende persoon van het kind beschouwd, degene van die personen die zij als zodanig hebben aangewezen. Ingeval geen verzorgende persoon wordt aangewezen, is Onze minister bevoegd een van hen die naar zijn oordeel als verzorgende persoon moet worden beschouwd, als zodanig aan te wijzen.
5. Voor de toepassing van het tweede en het vierde lid wordt onder:
a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind;
b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
6. Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 4, onder b, onder 1°, wordt:
a. de werknemer, bedoeld in artikel 3, 4 en 5 van de Werkloosheidswet gelijkgesteld aan een betrokkene in de zin van dit besluit;
b. niet als loon beschouwd een uitkering op grond van dit besluit, dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, alsmede een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%;
c. het aantal dagen waarover loon wordt ontvangen vastgesteld overeenkomstig, artikel 17, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels gegeven worden:
a. waardoor voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 1°, dagen waarover geen loon is ontvangen gelijkgesteld worden met dagen waarover loon is ontvangen;
b. ter zake van de aanwijzing van de verzorgende betrokkene, bedoeld in het vierde lid.
a. dagen waarover een persoon recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt op grond van artikel 58, eerste of derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
b. dagen waarover een persoon ter zake van een dienstbetrekking recht heeft op een wao-uitkering als bedoeld in paragraaf 9 van de Wet privatisering ABP, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een toelage ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een toelage als bedoeld onder a, die al dan niet vermeerderd met die arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van de middelsom, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
c. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering, 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend;
d. dagen waarover een persoon na eindiging van zijn dienstbetrekking een uitkering ontvangt op grond van de Ziektewet, over de maximale duur, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van die wet;
e. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt die naar aard en strekking overeenkomt met een uitkering als bedoeld onder a of d.
2. Voor de toepassing van artikel 4, onder b, onder 1°, worden kalenderjaren, die niet reeds voor de berekening in aanmerking genomen zijn, waarin een betrokkene een tot zijn huishouden behorend kind verzorgt dat bij de aanvang van dat kalenderjaar:
a. de leeftijd van zes jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen;
b. de leeftijd van zes jaar, doch die van 12 jaar nog niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
3. Het tweede lid vindt geen toepassing indien:
a. de verzorgende betrokkene in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid; of
b. de verzorging uitsluitend of vrijwel uitsluitend buiten Nederland plaatsvindt.
4. Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende personen zijn als bedoeld in het tweede lid, wordt voor de toepassing van dat lid als verzorgende persoon van het kind beschouwd, degene van die personen die zij als zodanig hebben aangewezen. Ingeval geen verzorgende persoon wordt aangewezen, is Onze minister bevoegd een van hen die naar zijn oordeel als verzorgende persoon moet worden beschouwd, als zodanig aan te wijzen.
5. Voor de toepassing van het tweede en het vierde lid wordt onder:
a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind;
b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
6. Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 4, onder b, onder 1°, wordt:
a. de werknemer, bedoeld in artikel 3, 4 en 5 van de Werkloosheidswet gelijkgesteld aan een betrokkene in de zin van dit besluit;
b. niet als loon beschouwd een uitkering op grond van dit besluit, dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, alsmede een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%;
c. het aantal dagen waarover loon wordt ontvangen vastgesteld overeenkomstig, artikel 17, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen.
7. Bij ministeriële regeling kunnen regels gegeven worden:
a. waardoor voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel 4, onder b, onder 1°, dagen waarover geen loon is ontvangen gelijkgesteld worden met dagen waarover loon is ontvangen;
b. ter zake van de aanwijzing van de verzorgende betrokkene, bedoeld in het vierde lid.