BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 49
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. De betrokkene die zijn recht op aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 36wenst af te kopen, dient voordat de uitkeringsduur, bedoeld in artikel 24, eerste en tweede lid, is verstreken een verzoek in bij het bevoegd gezag.
2. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid is voor de betrokkene,
a. bedoeld in artikel 1, onder 1 tot en met 8, het Participatiefonds;
b. bedoeld in artikel 1, onder 9 en onder 11 tot en met 14, het bevoegd gezag van de instelling uit wiens dienst hij is ontslagen.
3. Het bevoegd gezag brengt dit verzoek vergezeld van een advies zo spoedig mogelijk ter kennis van Onze minister.
4. Onze minister besluit binnen zes weken nadat het verzoek en het advies te zijner kennis is gebracht. Hij wijkt niet af van het advies, tenzij het advies genomen is in strijd met de in het zesde lid bedoelde regels.
5. In geval van afkoop bestaat na afloop van de loongerelateerde uitkering géén recht op vervolguitkering dan wel aanvullende uitkering.
6. Onze minister geeft nadere regels met betrekking tot de afkoop van de aanvullende uitkering.
2. Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid is voor de betrokkene,
a. bedoeld in artikel 1, onder 1 tot en met 8, het Participatiefonds;
b. bedoeld in artikel 1, onder 9 en onder 11 tot en met 14, het bevoegd gezag van de instelling uit wiens dienst hij is ontslagen.
3. Het bevoegd gezag brengt dit verzoek vergezeld van een advies zo spoedig mogelijk ter kennis van Onze minister.
4. Onze minister besluit binnen zes weken nadat het verzoek en het advies te zijner kennis is gebracht. Hij wijkt niet af van het advies, tenzij het advies genomen is in strijd met de in het zesde lid bedoelde regels.
5. In geval van afkoop bestaat na afloop van de loongerelateerde uitkering géén recht op vervolguitkering dan wel aanvullende uitkering.
6. Onze minister geeft nadere regels met betrekking tot de afkoop van de aanvullende uitkering.