BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 34d
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Indien het recht op kortdurende uitkering op grond van artikel 34cin verbinding met artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, b of c en tweede lid, geheel of gedeeltelijk is geëindigd en vervolgens de omstandigheid die tot dat einde heeft geleid, heeft opgehouden te bestaan, herleeft het recht op kortdurende uitkering met inachtneming van de in artikel 4a, eerste lid, onder ben artikel 7, derde lid, genoemde termijnen, voor zover geen nieuw recht op uitkering ingevolge deze paragraaf of ingevolge de paragrafen 1 tot en met 8bestaat.
2. Artikel 7, tweede en zesde lid, en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Indien ter zake van na het ontstaan van het recht op kortdurende uitkering verrichte arbeid, recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering is ontstaan, nadat het recht op kortdurende uitkering is herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal arbeidsuren waarnaar beide rechten zijn berekend verminderd met het resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 34cin verbinding met artikel 3, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar het eerstgenoemde recht is berekend.
4. Bij ministeriële regeling kunnen bij samenloop van rechten op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en op kortdurende uitkering anderzijds nadere regels gesteld worden met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk eindigen van deze rechten.
2. Artikel 7, tweede en zesde lid, en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Indien ter zake van na het ontstaan van het recht op kortdurende uitkering verrichte arbeid, recht op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering is ontstaan, nadat het recht op kortdurende uitkering is herleefd, eindigt het recht op kortdurende uitkering voor zover het aantal arbeidsuren waarnaar beide rechten zijn berekend verminderd met het resterende aantal arbeidsuren per kalenderweek, groter is dan het aantal arbeidsuren, bedoeld in artikel 34cin verbinding met artikel 3, voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar het eerstgenoemde recht is berekend.
4. Bij ministeriële regeling kunnen bij samenloop van rechten op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en op kortdurende uitkering anderzijds nadere regels gesteld worden met betrekking tot het geheel of gedeeltelijk eindigen van deze rechten.