BWBR0003663
Geldig vanaf 2004-03-24
Artikel 3
Beschikking bestrijding bacterievuur 1984
1. Het opplanten, bewaren en vervoeren van planten van Cotoneaster salicifolius floccosus, Cotoneaster salicifolius en Cotoneaster watereri en de daartoe behorende cultivars en van het Photinia davidiana (Stranvaesia Hort.), alsmede van Crataegus calycina, Crataegus laevigata en Crataegus monogyna met uitzondering van de daartoe gehorende cultivars is verboden in de in artikel 4genoemde gebieden.
2. Het verbod geldt niet voor de in het eerste lid genoemde Crataegus-soorten:
a. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in het kader van de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen;
b. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in een door de Minister van Economische Zaken bij deze regeling aangewezen gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt.
2. Het verbod geldt niet voor de in het eerste lid genoemde Crataegus-soorten:
a. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in het kader van de bedrijfsmatige teelt van boomkwekerijgewassen;
b. voor zover de bedoelde handelingen plaatsvinden in een door de Minister van Economische Zaken bij deze regeling aangewezen gebied waarin de meidoorn een landschappelijk bepalende rol speelt.