BWBR0006445
Geldig vanaf 2003-05-14
Artikel 18
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel
1. Het uitvoeringsorgaan betaalt de uitkering in de regel per maand achteraf.
2. In afwijking van het eerste lid kan het uitvoeringsorgaan, op verzoek van de betrokkene of uit eigen beweging, de uitkering over een kortere periode betalen, indien de betrokkene over die kortere periode loon ontving.
3. In afwijking van het eerste lid betaalt het uitvoeringsorgaan aan de betrokkene die werkloos is ten gevolge van de eindiging van een betrekking en in wiens dagloon vakantie-uitkering is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag in de maand mei over de voorafgaande periode van twaalf maanden die eindigt met de maand mei, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantie-uitkering bedraagt 8/108 van de uitkering.
4. Indien het percentage van de vakantie-uitkering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van de teller en het getal boven het honderd in plaats van de noemer van de in het derde lid genoemde breuk. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien Onze minister besluit artikel 28, tweede lid, toe te passen. Bij toepassing van artikel 28, tweede lid, treedt het percentage van de vakantie-uitkering dat geldt voor de onderwijssector in de plaats van het percentage van de vakantie-uitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>. Een wijziging van het percentage van de vakantie-uitkering in de onderwijssector zal overeenkomstig de berekeningswijze van het vierde lid worden verwerkt.
2. In afwijking van het eerste lid kan het uitvoeringsorgaan, op verzoek van de betrokkene of uit eigen beweging, de uitkering over een kortere periode betalen, indien de betrokkene over die kortere periode loon ontving.
3. In afwijking van het eerste lid betaalt het uitvoeringsorgaan aan de betrokkene die werkloos is ten gevolge van de eindiging van een betrekking en in wiens dagloon vakantie-uitkering is berekend, een gedeelte van de uitkering als vakantiebijslag in de maand mei over de voorafgaande periode van twaalf maanden die eindigt met de maand mei, of, indien het recht op uitkering eerder dan in de maand mei geheel eindigt, in de desbetreffende maand. De vakantie-uitkering bedraagt 8/108 van de uitkering.
4. Indien het percentage van de vakantie-uitkering, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, wordt gewijzigd, treedt dit gewijzigde percentage in de plaats van de teller en het getal boven het honderd in plaats van de noemer van de in het derde lid genoemde breuk. Het gewijzigde percentage wordt in aanmerking genomen over de uitkering waarop recht bestaat vanaf de dag waarop de wijziging ingaat.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien Onze minister besluit artikel 28, tweede lid, toe te passen. Bij toepassing van artikel 28, tweede lid, treedt het percentage van de vakantie-uitkering dat geldt voor de onderwijssector in de plaats van het percentage van de vakantie-uitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>. Een wijziging van het percentage van de vakantie-uitkering in de onderwijssector zal overeenkomstig de berekeningswijze van het vierde lid worden verwerkt.