BWBR0001903
Geldig vanaf 2002-08-08
Artikel 552o
Wetboek van Strafvordering
Artikel 552o 1 Voor zover de in artikel 552 n , derde lid , bedoelde vordering is gedaan met het oog op de voldoening aan een voor inwilliging vatbaar en op een verdrag gegrond verzoek van een buitenlandse rechterlijke autoriteit, heeft zij dezelfde rechtsgevolgen als een vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek, zulks voor wat betreft: a. de bevoegdheden van de rechter-commissaris ten aanzien van de door hem te horen verdachten, getuigen en deskundigen, alsmede die tot het bevelen van de uitlevering of overbrenging van stukken van overtuiging, het nemen van maatregelen in het belang van het onderzoek, het laten verrichten van een DNA-onderzoek alsmede het daartoe bevelen van het afnemen van celmateriaal, het betreden van plaatsen, het doorzoeken van plaatsen, het in beslag nemen van stukken van overtuiging en het onderzoeken van gegevens in geautomatiseerde werken; b. de bevoegdheden van de officier van justitie; c. de rechten en verplichtingen van de door de rechter-commissaris te horen personen; d. de bijstand van een raadsman; e. de verrichtingen van de griffier. 2 Vatbaar voor inbeslagneming, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, zijn stukken van overtuiging die daarvoor vatbaar zouden zijn, indien het feit in verband waarmede de rechtshulp is gevraagd, in Nederland was begaan en dat feit aanleiding kan geven tot uitlevering aan de verzoekende staat. 3 Tenzij het toepasselijke verdrag anders bepaalt kan, ter voldoening aan een verzoek om rechtshulp, geen gebruik van dwangmiddelen worden gemaakt anders dan overeenkomstig de voorgaande leden. 2001 335 17-07-2001 05-07-2001 26271 2001 450 16-10-2001 28-09-2001 01-11-2001 Als deze wijziging in werking treedt dan treedt Stb 2001/400 ook in werking.