BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 7
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. De directie Concern Informatievoorziening staat onder leiding van de directeur Concern Informatievoorziening.
2. De directie Concern Informatievoorziening bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de afdeling Advies en Informatiemanagement;
b. de afdeling Ontwikkeling;
c. de afdeling Servicemanagement; en
d. de afdeling Beheer.
3. De onderdelen genoemd in het tweede lid, staan onder leiding van een afdelingshoofd.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur zijn de afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
6. In aanvulling op het vierde lid kan de directeur Concern Informatievoorziening bepalen dat een van zijn plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Concern Informatievoorziening.
8. De directie Concern Informatievoorziening en haar onderdelen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Advies en Informatiemanagement: het adviseren en ondersteunen van de diensten bij de informatievoorziening;
b. het opstellen van specificaties van informatievoorziening en het uitvoeren van ‘Quality Assurance’ op projecten;
c. het realiseren en implementeren van de informatievoorziening; en
d. het waarborgen van de continuïteit van informatiesystemen.
2. De directie Concern Informatievoorziening bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de afdeling Advies en Informatiemanagement;
b. de afdeling Ontwikkeling;
c. de afdeling Servicemanagement; en
d. de afdeling Beheer.
3. De onderdelen genoemd in het tweede lid, staan onder leiding van een afdelingshoofd.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur zijn de afdelingshoofden bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
6. In aanvulling op het vierde lid kan de directeur Concern Informatievoorziening bepalen dat een van zijn plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan treden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Concern Informatievoorziening.
8. De directie Concern Informatievoorziening en haar onderdelen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Advies en Informatiemanagement: het adviseren en ondersteunen van de diensten bij de informatievoorziening;
b. het opstellen van specificaties van informatievoorziening en het uitvoeren van ‘Quality Assurance’ op projecten;
c. het realiseren en implementeren van de informatievoorziening; en
d. het waarborgen van de continuïteit van informatiesystemen.