BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 14
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. De directie Strategie, Kennis en Innovatie staat onder leiding van de directeur Strategie, Kennis en Innovatie.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Strategie, Kennis en Innovatie zijn de senior adviseur Kennis, de senior adviseur Strategie en de senior adviseur Innovatie, genoemd in het zesde lid, bevoegd om als zijn plaatsvervanger op te treden.
3. In aanvulling op het tweede lid kan de directeur Strategie, Kennis en Innovatie bepalen dat een van zijn plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Strategie, Kennis en Innovatie. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
5. De directie Strategie, Kennis en Innovatie heeft de volgende taken:
a. het in verbondenheid richting geven aan het strategiebeleid, kennisbeleid en innovatiebeleid van het ministerie;
b. het namens het ministerie bijdragen aan het rijksbrede strategiebeleid, kennisbeleid en innovatiebeleid ten aanzien van de fysieke omgeving; en
c. het bevorderen van maatschappelijk relevant, kennisgedreven en innovatiegericht werken in de kenniswereld en het bedrijfsleven op het gebied van mobiliteit en water.
6. Onder de directeur Strategie, Kennis en Innovatie ressorteren in ieder geval de volgende functionarissen:
a. een senior adviseur/specialist, aan te duiden als senior adviseur Kennis;
b. een senior adviseur/specialist, aan te duiden als senior adviseur Strategie;
c. een senior adviseur/specialist, aan te duiden als senior adviseur Innovatie; en
d. een programmasecretaris.
2. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Strategie, Kennis en Innovatie zijn de senior adviseur Kennis, de senior adviseur Strategie en de senior adviseur Innovatie, genoemd in het zesde lid, bevoegd om als zijn plaatsvervanger op te treden.
3. In aanvulling op het tweede lid kan de directeur Strategie, Kennis en Innovatie bepalen dat een van zijn plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
4. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Strategie, Kennis en Innovatie. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
5. De directie Strategie, Kennis en Innovatie heeft de volgende taken:
a. het in verbondenheid richting geven aan het strategiebeleid, kennisbeleid en innovatiebeleid van het ministerie;
b. het namens het ministerie bijdragen aan het rijksbrede strategiebeleid, kennisbeleid en innovatiebeleid ten aanzien van de fysieke omgeving; en
c. het bevorderen van maatschappelijk relevant, kennisgedreven en innovatiegericht werken in de kenniswereld en het bedrijfsleven op het gebied van mobiliteit en water.
6. Onder de directeur Strategie, Kennis en Innovatie ressorteren in ieder geval de volgende functionarissen:
a. een senior adviseur/specialist, aan te duiden als senior adviseur Kennis;
b. een senior adviseur/specialist, aan te duiden als senior adviseur Strategie;
c. een senior adviseur/specialist, aan te duiden als senior adviseur Innovatie; en
d. een programmasecretaris.