BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 6
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. Het directoraat-generaal Water staat onder leiding van de directeur-generaal Water en bij diens afwezigheid of verhindering onder leiding van de plaatsvervangend directeur-generaal Water, tevens directeur Water.
2. Het directoraat-generaal Water bestaat uit de volgende onderdelen:
a. het programma Waterveiligheid;
b. het programma Waterkwantiteit en Kwaliteit;
c. het programma Bestuur en Regie;
d. het programma Gebieden;
e. het programma Uitvoering, Monitoring en Evaluatie;
f. het bureau directeur-generaal;
g. de programmadirectie Corporate Veiligheid en Security; en
h. het secretariaat Adviescommissie Water.
3. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e en g, staan elk onder leiding van een directeur, waarbij een zelfde directeur leiding kan geven aan meerdere onderdelen. De directeur-generaal Water stelt in een portefeuilleverdeling vast aan welke onderdelen een directeur leiding geeft.
Het onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder f, staat onder leiding van een afdelingshoofd. Het onderdeel, genoemd in het tweede lid onder h, staat, overeenkomstig artikel 21, onder leiding van de secretaris Adviescommissie Water.
4. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, staan elk tevens onder leiding van een onder een directeur ressorterend afdelingshoofd.
5. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend directeur-generaal Water zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
7. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
8. In aanvulling op het eerste en vijfde lid kan de directeur-generaal Water bepalen dat de plaatsvervangend directeur-generaal Water of een van diens plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
9. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Water.
10. Het directoraat-generaal Water draagt zorg voor de ontwikkeling en instandhouding van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Daarmee hebben het directoraat-generaal Water en zijn onderdelen de volgende taken:
a. het programma Waterveiligheid: het ontwikkelen en doen implementeren van beleid met betrekking tot waterveiligheid;
b. het programma Waterkwantiteit en Kwaliteit: het ontwikkelen en doen implementeren van beleid met betrekking tot waterkwantiteit en waterkwaliteit in algemene zin;
c. het programma Bestuur en Regie: het verbeteren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van bestuur en instrumentatie van het waterbeheer en waterbeleid op korte en lange termijn en het ondersteunen van de samenwerking van twee of meer onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met g, ten behoeve van gezamenlijk beleid van het directoraat-generaal Water;
d. het programma Gebieden: het ontwikkelen en doen implementeren van beleid met betrekking tot het realiseren van de integrale wateropgave in gebieden met grote rijkswateren en het bevorderen van een klimaatbestendige inrichting van het landelijk gebied;
e. het programma Uitvoering, Monitoring en Evaluatie: i. het zorgdragen voor een onafhankelijke monitoring en evaluatie van het gehele beleidsveld van het directoraat-generaal Water;
ii. het aansturen van uitvoeringstaken; en
iii. het ondersteunen en adviseren van het directoraat-generaal Water op de onderwerpen strategie, kennis en innovatie;
i. het zorgdragen voor een onafhankelijke monitoring en evaluatie van het gehele beleidsveld van het directoraat-generaal Water;
ii. het aansturen van uitvoeringstaken; en
iii. het ondersteunen en adviseren van het directoraat-generaal Water op de onderwerpen strategie, kennis en innovatie;
f. het bureau directeur-generaal: het ondersteunen van het directoraat-generaal Water op het gebied van aangelegenheden die betrekking hebben op informatie, organisatie, administratie, huisvesting en procescoördinatie; en
g. de programmadirectie Corporate Veiligheid en Security: het professionaliseren van het ministerie op het brede veiligheidsgebied.
11. Onder de directeur-generaal Water ressorteren in verband met het Deltaprogramma in ieder geval nog de volgende functionarissen met de functie projectdirecteur, aan te duiden als:
a. projectdirecteur IJsselmeergebied;
b. projectdirecteur Kust;
c. projectdirecteur Rivieren; en
d. projectdirecteur Rijnmond-Drechtsteden.
2. Het directoraat-generaal Water bestaat uit de volgende onderdelen:
a. het programma Waterveiligheid;
b. het programma Waterkwantiteit en Kwaliteit;
c. het programma Bestuur en Regie;
d. het programma Gebieden;
e. het programma Uitvoering, Monitoring en Evaluatie;
f. het bureau directeur-generaal;
g. de programmadirectie Corporate Veiligheid en Security; en
h. het secretariaat Adviescommissie Water.
3. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e en g, staan elk onder leiding van een directeur, waarbij een zelfde directeur leiding kan geven aan meerdere onderdelen. De directeur-generaal Water stelt in een portefeuilleverdeling vast aan welke onderdelen een directeur leiding geeft.
Het onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder f, staat onder leiding van een afdelingshoofd. Het onderdeel, genoemd in het tweede lid onder h, staat, overeenkomstig artikel 21, onder leiding van de secretaris Adviescommissie Water.
4. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, staan elk tevens onder leiding van een onder een directeur ressorterend afdelingshoofd.
5. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend directeur-generaal Water zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
7. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd zijn de overige afdelingshoofden bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
8. In aanvulling op het eerste en vijfde lid kan de directeur-generaal Water bepalen dat de plaatsvervangend directeur-generaal Water of een van diens plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
9. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Water.
10. Het directoraat-generaal Water draagt zorg voor de ontwikkeling en instandhouding van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Daarmee hebben het directoraat-generaal Water en zijn onderdelen de volgende taken:
a. het programma Waterveiligheid: het ontwikkelen en doen implementeren van beleid met betrekking tot waterveiligheid;
b. het programma Waterkwantiteit en Kwaliteit: het ontwikkelen en doen implementeren van beleid met betrekking tot waterkwantiteit en waterkwaliteit in algemene zin;
c. het programma Bestuur en Regie: het verbeteren van de doeltreffendheid en doelmatigheid van bestuur en instrumentatie van het waterbeheer en waterbeleid op korte en lange termijn en het ondersteunen van de samenwerking van twee of meer onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met g, ten behoeve van gezamenlijk beleid van het directoraat-generaal Water;
d. het programma Gebieden: het ontwikkelen en doen implementeren van beleid met betrekking tot het realiseren van de integrale wateropgave in gebieden met grote rijkswateren en het bevorderen van een klimaatbestendige inrichting van het landelijk gebied;
e. het programma Uitvoering, Monitoring en Evaluatie: i. het zorgdragen voor een onafhankelijke monitoring en evaluatie van het gehele beleidsveld van het directoraat-generaal Water;
ii. het aansturen van uitvoeringstaken; en
iii. het ondersteunen en adviseren van het directoraat-generaal Water op de onderwerpen strategie, kennis en innovatie;
i. het zorgdragen voor een onafhankelijke monitoring en evaluatie van het gehele beleidsveld van het directoraat-generaal Water;
ii. het aansturen van uitvoeringstaken; en
iii. het ondersteunen en adviseren van het directoraat-generaal Water op de onderwerpen strategie, kennis en innovatie;
f. het bureau directeur-generaal: het ondersteunen van het directoraat-generaal Water op het gebied van aangelegenheden die betrekking hebben op informatie, organisatie, administratie, huisvesting en procescoördinatie; en
g. de programmadirectie Corporate Veiligheid en Security: het professionaliseren van het ministerie op het brede veiligheidsgebied.
11. Onder de directeur-generaal Water ressorteren in verband met het Deltaprogramma in ieder geval nog de volgende functionarissen met de functie projectdirecteur, aan te duiden als:
a. projectdirecteur IJsselmeergebied;
b. projectdirecteur Kust;
c. projectdirecteur Rivieren; en
d. projectdirecteur Rijnmond-Drechtsteden.