BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 15
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid staat onder leiding van de directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid en bij diens afwezigheid of verhindering onder leiding van de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.
2. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen:
a. het programma Gedrag;
b. het programma Bereikbaarheid en Mobiliteit;
c. het programma Leefomgeving en Ruimte;
d. het programma Economie en Welvaart;
e. het programma Marktordening en de rol van de overheid; en
f. het programma Overheidsorganisatie.
3. De onderdelen genoemd in het tweede lid, onder a tot en met f, staan onder leiding van een programmamanager of de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, waarbij een zelfde dienstonderdeelhoofd leiding kan geven aan meerdere onderdelen. De directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid stelt in een portefeuilleverdeling vast aan welke onderdelen een dienstonderdeelhoofd leiding geeft.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid zijn de programmamanagers bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een programmamanager, is een andere programmamanager bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.
6. In aanvulling op het eerste en vierde lid kan de directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid bepalen dat de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid of een van diens plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
8. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid heeft tot taak een wetenschappelijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en evaluatie van het beleid van het ministerie op het gebied van mobiliteit, en heeft de volgende hoofdtaken:
a. het uitvoeren van onderzoek en analyses; en
b. het bijeenbrengen en bewerken van elders binnen het ministerie geproduceerde kennis of informatie op het gebied van mobiliteit.
9. Aan de in het vorige lid bedoelde hoofdtaken zijn de volgende afgeleide taken verbonden:
a. het adviseren omtrent de aard en omvang van wetenschappelijke ondersteuning bij de beantwoording van beleidsvragen;
b. het uitbesteden van onderzoek en analyses aan derden;
c. het aangeven van de mogelijke consequenties van beleidskeuzes; en
d. het bijeenbrengen en actief verspreiden van nationale en internationale kennis.
10. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid oefent zijn taken en werkzaamheden uit overeenkomstig een door de minister vastgesteld protocol.
2. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen:
a. het programma Gedrag;
b. het programma Bereikbaarheid en Mobiliteit;
c. het programma Leefomgeving en Ruimte;
d. het programma Economie en Welvaart;
e. het programma Marktordening en de rol van de overheid; en
f. het programma Overheidsorganisatie.
3. De onderdelen genoemd in het tweede lid, onder a tot en met f, staan onder leiding van een programmamanager of de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, waarbij een zelfde dienstonderdeelhoofd leiding kan geven aan meerdere onderdelen. De directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid stelt in een portefeuilleverdeling vast aan welke onderdelen een dienstonderdeelhoofd leiding geeft.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid zijn de programmamanagers bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een programmamanager, is een andere programmamanager bevoegd om als diens plaatsvervanger op te treden.
6. In aanvulling op het eerste en vierde lid kan de directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid bepalen dat de plaatsvervangend directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid of een van diens plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
8. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid heeft tot taak een wetenschappelijke bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en evaluatie van het beleid van het ministerie op het gebied van mobiliteit, en heeft de volgende hoofdtaken:
a. het uitvoeren van onderzoek en analyses; en
b. het bijeenbrengen en bewerken van elders binnen het ministerie geproduceerde kennis of informatie op het gebied van mobiliteit.
9. Aan de in het vorige lid bedoelde hoofdtaken zijn de volgende afgeleide taken verbonden:
a. het adviseren omtrent de aard en omvang van wetenschappelijke ondersteuning bij de beantwoording van beleidsvragen;
b. het uitbesteden van onderzoek en analyses aan derden;
c. het aangeven van de mogelijke consequenties van beleidskeuzes; en
d. het bijeenbrengen en actief verspreiden van nationale en internationale kennis.
10. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid oefent zijn taken en werkzaamheden uit overeenkomstig een door de minister vastgesteld protocol.