BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 12
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. De departementale Auditdienst staat onder leiding van de directeur departementale Auditdienst en bij diens afwezigheid of verhindering onder leiding van de plaatsvervangend directeur departementale Auditdienst.
2. In aanvulling op het eerste lid kan de directeur departementale Auditdienst bepalen dat de plaatsvervangend directeur departementale Auditdienst ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
3. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur departementale Auditdienst.
4. Op grond van artikel 21en artikel 66 van de Comptabiliteitsweten het Besluit Taak DADheeft de departementale Auditdienst de volgende taken ten aanzien van de diensten en de secretariaten van adviesorganen en overlegorganen, genoemd in artikel 2:
a. het doen van onderzoeken naar de bedrijfsvoering betreffende de kwaliteit van de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen;
b. het verschaffen van een bepaalde mate van zekerheid, aan te duiden als assurance, over de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de beleidsvoering, alsmede het verstrekken van adviezen aan het management over verbeteringen voor bedrijfsvoering en beleidsvoering;
c. het onderzoeken van de financiële verantwoordingen op de juiste inrichting, op getrouwe weergave en rechtmatigheid, alsmede op het gevoerde financieel en materieel beheer; en
d. het verrichten van bijzondere onderzoeken en het uitvoeren van adviesopdrachten die voortvloeien uit de controle functie.
5. Onder de directeur departementale Auditdienst ressorteren in ieder geval nog functionarissen met de functie topadviseur en senior adviseur/specialist die registeraccountant zijn in de zin van de Wet op de Registeraccounts.
2. In aanvulling op het eerste lid kan de directeur departementale Auditdienst bepalen dat de plaatsvervangend directeur departementale Auditdienst ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
3. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur departementale Auditdienst.
4. Op grond van artikel 21en artikel 66 van de Comptabiliteitsweten het Besluit Taak DADheeft de departementale Auditdienst de volgende taken ten aanzien van de diensten en de secretariaten van adviesorganen en overlegorganen, genoemd in artikel 2:
a. het doen van onderzoeken naar de bedrijfsvoering betreffende de kwaliteit van de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen;
b. het verschaffen van een bepaalde mate van zekerheid, aan te duiden als assurance, over de kwaliteit van de bedrijfsvoering en de beleidsvoering, alsmede het verstrekken van adviezen aan het management over verbeteringen voor bedrijfsvoering en beleidsvoering;
c. het onderzoeken van de financiële verantwoordingen op de juiste inrichting, op getrouwe weergave en rechtmatigheid, alsmede op het gevoerde financieel en materieel beheer; en
d. het verrichten van bijzondere onderzoeken en het uitvoeren van adviesopdrachten die voortvloeien uit de controle functie.
5. Onder de directeur departementale Auditdienst ressorteren in ieder geval nog functionarissen met de functie topadviseur en senior adviseur/specialist die registeraccountant zijn in de zin van de Wet op de Registeraccounts.