BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 4
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken staat onder leiding van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken en bij diens afwezigheid of verhindering onder leiding van de directeur Internationale Zaken en Strategie, tevens plaatsvervangend directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken.
2. Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de directie Luchthavens, met de afdeling Luchthavenontwikkeling en Milieu en de afdeling Luchtverkeer;
b. de directie Luchtvaart, met de afdeling Luchtvaartveiligheid en de afdeling Economie en Luchtvaartpolitiek;
c. de directie Maritieme Zaken, met de afdeling Zeevaart, de afdeling Zeehavens en de afdeling Binnenvaart;
d. de directie Internationale Zaken en Strategie, met de afdeling Internationaal, de afdeling Europa en de afdeling Strategie, Economie en Logistiek; en
e. het secretariaat Nationale Havenraad.
3. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, staan onder leiding van een directeur. Alle afdelingen binnen deze onderdelen staan onder leiding van een afdelingshoofd. Het onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder e, staat, overeenkomstig artikel 20, onder leiding van de algemeen secretaris Nationale Havenraad.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen die directie bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
7. In aanvulling op het eerste en vierde lid kan de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bepalen dat de plaatsvervangend directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken of een van diens plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
8. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
9. Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken en zijn onderdelen hebben de taken, genoemd in het tiende tot en met het dertiende lid.
10. De directie Luchthavens en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Luchthavenontwikkeling en Milieu: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot nationale en regionale luchthavens en het faciliteren van de besluitvorming over luchthavens; en
b. de afdeling Luchtverkeer: het in samenspraak met het Ministerie van Defensie ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot een optimale inrichting en gebruik van het Nederlandse luchtruimgebied, mede in relatie tot de ontwikkeling van het Europese luchtruimbeleid, alsmede de beleidsmatige invulling van aansturingsvraagstukken op het gebied van luchtverkeersdienstverlening.
11. De directie Luchtvaart en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Luchtvaartveiligheid: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
b. de afdeling Economie en Luchtvaartpolitiek: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot het behouden en versterken van de aansluiting van Nederland op het mondiale luchtvaartnetwerk.
12. De directie Maritieme Zaken en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Zeevaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot de zeevaart, met het oog op de bevordering van een veilige, efficiënte, duurzame en innovatieve scheepvaart ten behoeve van de economische ontwikkeling van Nederland;
b. de afdeling Zeehavens: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot de zeehavens, met het oog op het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens; en
c. de afdeling Binnenvaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot de Nederlandse binnenvaart, met het oog op het versterken van de logistieke draaischijffunctie van Nederland, door het stimuleren van innovatie en duurzaamheid en het waarborgen van een adequate infrastructuur.
13. De directie Internationale Zaken en Strategie en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Internationaal: i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over internationale, niet aan de Europese Unie gerelateerde aangelegenheden;
ii. het ontwikkelen van een internationale strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende internationale dossiers; en
iii. het intern coördineren en ministerie-overschrijdend afstemmen van het internationale beleid van het ministerie;
i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over internationale, niet aan de Europese Unie gerelateerde aangelegenheden;
ii. het ontwikkelen van een internationale strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende internationale dossiers; en
iii. het intern coördineren en ministerie-overschrijdend afstemmen van het internationale beleid van het ministerie;
b. de afdeling Europa: i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over aangelegenheden die de Europese Unie betreffen;
ii. het ontwikkelen van een strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende Europese dossiers; en
iii. het intern coördineren en interdepartementaal afstemmen van het Europese beleid van het ministerie;
i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over aangelegenheden die de Europese Unie betreffen;
ii. het ontwikkelen van een strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende Europese dossiers; en
iii. het intern coördineren en interdepartementaal afstemmen van het Europese beleid van het ministerie;
c. de afdeling Strategie, Economie en Logistiek: het ontwikkelen en implementeren van strategie en beleid voor de duurzame ontwikkeling van de mainports en de logistieke sector, ten behoeve van de Nederlandse samenleving en economie.
2. Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de directie Luchthavens, met de afdeling Luchthavenontwikkeling en Milieu en de afdeling Luchtverkeer;
b. de directie Luchtvaart, met de afdeling Luchtvaartveiligheid en de afdeling Economie en Luchtvaartpolitiek;
c. de directie Maritieme Zaken, met de afdeling Zeevaart, de afdeling Zeehavens en de afdeling Binnenvaart;
d. de directie Internationale Zaken en Strategie, met de afdeling Internationaal, de afdeling Europa en de afdeling Strategie, Economie en Logistiek; en
e. het secretariaat Nationale Havenraad.
3. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, staan onder leiding van een directeur. Alle afdelingen binnen deze onderdelen staan onder leiding van een afdelingshoofd. Het onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder e, staat, overeenkomstig artikel 20, onder leiding van de algemeen secretaris Nationale Havenraad.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken zijn de overige directeuren bevoegd om als plaatsvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
6. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een directie zijn de overige afdelingshoofden binnen die directie bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
7. In aanvulling op het eerste en vierde lid kan de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken bepalen dat de plaatsvervangend directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken of een van diens plaatsvervangers ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
8. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
9. Het directoraat-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken en zijn onderdelen hebben de taken, genoemd in het tiende tot en met het dertiende lid.
10. De directie Luchthavens en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Luchthavenontwikkeling en Milieu: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot nationale en regionale luchthavens en het faciliteren van de besluitvorming over luchthavens; en
b. de afdeling Luchtverkeer: het in samenspraak met het Ministerie van Defensie ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot een optimale inrichting en gebruik van het Nederlandse luchtruimgebied, mede in relatie tot de ontwikkeling van het Europese luchtruimbeleid, alsmede de beleidsmatige invulling van aansturingsvraagstukken op het gebied van luchtverkeersdienstverlening.
11. De directie Luchtvaart en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Luchtvaartveiligheid: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot veiligheid en beveiliging in de luchtvaart; en
b. de afdeling Economie en Luchtvaartpolitiek: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot het behouden en versterken van de aansluiting van Nederland op het mondiale luchtvaartnetwerk.
12. De directie Maritieme Zaken en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Zeevaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot de zeevaart, met het oog op de bevordering van een veilige, efficiënte, duurzame en innovatieve scheepvaart ten behoeve van de economische ontwikkeling van Nederland;
b. de afdeling Zeehavens: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot de zeehavens, met het oog op het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse zeehavens; en
c. de afdeling Binnenvaart: het ontwikkelen en implementeren van beleid met betrekking tot de Nederlandse binnenvaart, met het oog op het versterken van de logistieke draaischijffunctie van Nederland, door het stimuleren van innovatie en duurzaamheid en het waarborgen van een adequate infrastructuur.
13. De directie Internationale Zaken en Strategie en haar afdelingen hebben de volgende taken:
a. de afdeling Internationaal: i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over internationale, niet aan de Europese Unie gerelateerde aangelegenheden;
ii. het ontwikkelen van een internationale strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende internationale dossiers; en
iii. het intern coördineren en ministerie-overschrijdend afstemmen van het internationale beleid van het ministerie;
i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over internationale, niet aan de Europese Unie gerelateerde aangelegenheden;
ii. het ontwikkelen van een internationale strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende internationale dossiers; en
iii. het intern coördineren en ministerie-overschrijdend afstemmen van het internationale beleid van het ministerie;
b. de afdeling Europa: i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over aangelegenheden die de Europese Unie betreffen;
ii. het ontwikkelen van een strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende Europese dossiers; en
iii. het intern coördineren en interdepartementaal afstemmen van het Europese beleid van het ministerie;
i. het adviseren en ondersteunen van de bewindspersonen, de algemene leiding en de directoraten-generaal van het ministerie over aangelegenheden die de Europese Unie betreffen;
ii. het ontwikkelen van een strategie en beleid ten aanzien van sectoroverstijgende Europese dossiers; en
iii. het intern coördineren en interdepartementaal afstemmen van het Europese beleid van het ministerie;
c. de afdeling Strategie, Economie en Logistiek: het ontwikkelen en implementeren van strategie en beleid voor de duurzame ontwikkeling van de mainports en de logistieke sector, ten behoeve van de Nederlandse samenleving en economie.