BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 16
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) staat bij afwezigheid of verhindering van de hoofddirecteur, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, onder leiding van de plaatsvervangend hoofddirecteur KNMI.
2. Het KNMI bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de sector Weer, met de afdeling Product- en Procesinnovatie, de afdeling Productie, de afdeling Onderzoek en de afdeling Relatiebeheer en Contracten;
b. de sector Klimaat en Seismologie, met de afdeling Aardobservatie Klimaat, de afdeling Mondiaal Klimaat, de afdeling Regionaal Klimaat, de afdeling Chemie en Klimaat, de afdeling Klimaatdata en -advies en de afdeling Seismologie;
c. de sector Informatie- en Waarneeminfrastructuur, met de afdeling R&D Informatie- en Waarneeminfrastructuur, de afdeling Informatiediensten, de afdeling ICT Infrastructuur en de afdeling Waarneeminfrastructuur; en
d. de sector Staf, met de afdeling Organisatiestrategie en Ondersteuning, waarvan deel uitmaakt de onderafdeling Ondersteuning, en de afdeling Bedrijfsvoering.
3. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met c, staan onder leiding van een directeur. Het onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van de hoofddirecteur. De afdelingen binnen een onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, en de onderafdeling genoemd in het tweede lid, onder d, staan onder leiding van een afdelingshoofd.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als elkaars plaatvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een sector zijn de overige afdelingshoofden binnen de sector, met uitzondering van het hoofd van de onderafdeling Ondersteuning, bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
6. In aanvulling op het eerste lid kan de hoofddirecteur bepalen dat de plaatsvervangend hoofddirecteur ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de hoofddirecteur. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
8. Het KNMI en zijn onderdelen hebben de volgende taken:
a. de sector Weer: de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met f, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
b. de sector Klimaat en Seismologie: de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met f, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
c. de sector Informatie- en Waarneeminfrastructuur: de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, c en g, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; en
d. de sector Staf: i. het geven van advies en ondersteuning voor gezamenlijke taken van het KNMI, ten behoeve van de hoofddirecteur, afstemming van beleid binnen het ministerie en facilitaire dienstverlening;
ii. het geven van advies op het gebied van personeel en financiën;
iii. het ondersteunen van de andere onderdelen, ten behoeve van het primaire proces; en
iv. het geven van advies bij strategische, personele en financiële aspecten.
i. het geven van advies en ondersteuning voor gezamenlijke taken van het KNMI, ten behoeve van de hoofddirecteur, afstemming van beleid binnen het ministerie en facilitaire dienstverlening;
ii. het geven van advies op het gebied van personeel en financiën;
iii. het ondersteunen van de andere onderdelen, ten behoeve van het primaire proces; en
iv. het geven van advies bij strategische, personele en financiële aspecten.
9. Onder het afdelingshoofd Bedrijfsvoering ressorteert in ieder geval nog een functionaris met de functie senior adviseur/specialist, aan te duiden als Inkoopadviseur.
2. Het KNMI bestaat uit de volgende onderdelen:
a. de sector Weer, met de afdeling Product- en Procesinnovatie, de afdeling Productie, de afdeling Onderzoek en de afdeling Relatiebeheer en Contracten;
b. de sector Klimaat en Seismologie, met de afdeling Aardobservatie Klimaat, de afdeling Mondiaal Klimaat, de afdeling Regionaal Klimaat, de afdeling Chemie en Klimaat, de afdeling Klimaatdata en -advies en de afdeling Seismologie;
c. de sector Informatie- en Waarneeminfrastructuur, met de afdeling R&D Informatie- en Waarneeminfrastructuur, de afdeling Informatiediensten, de afdeling ICT Infrastructuur en de afdeling Waarneeminfrastructuur; en
d. de sector Staf, met de afdeling Organisatiestrategie en Ondersteuning, waarvan deel uitmaakt de onderafdeling Ondersteuning, en de afdeling Bedrijfsvoering.
3. De onderdelen, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met c, staan onder leiding van een directeur. Het onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder d, staat onder leiding van de hoofddirecteur. De afdelingen binnen een onderdeel, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met d, en de onderafdeling genoemd in het tweede lid, onder d, staan onder leiding van een afdelingshoofd.
4. Bij afwezigheid of verhindering van een directeur zijn de overige directeuren bevoegd om als elkaars plaatvervanger op te treden.
5. Bij afwezigheid of verhindering van een afdelingshoofd binnen een sector zijn de overige afdelingshoofden binnen de sector, met uitzondering van het hoofd van de onderafdeling Ondersteuning, bevoegd om als elkaars plaatsvervanger op te treden.
6. In aanvulling op het eerste lid kan de hoofddirecteur bepalen dat de plaatsvervangend hoofddirecteur ook in andere situaties in zijn plaats kan optreden.
7. Plaatsvervanging geschiedt voor het overige overeenkomstig daartoe strekkende instructies van de hoofddirecteur. Behoudens andersluidende instructies vindt plaatsvervanging plaats bij afwezigheid of verhindering van meer dan twee opeenvolgende dagen van de te vervangen functionaris.
8. Het KNMI en zijn onderdelen hebben de volgende taken:
a. de sector Weer: de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met f, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
b. de sector Klimaat en Seismologie: de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a tot en met f, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut;
c. de sector Informatie- en Waarneeminfrastructuur: de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, c en g, van de Wet op het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; en
d. de sector Staf: i. het geven van advies en ondersteuning voor gezamenlijke taken van het KNMI, ten behoeve van de hoofddirecteur, afstemming van beleid binnen het ministerie en facilitaire dienstverlening;
ii. het geven van advies op het gebied van personeel en financiën;
iii. het ondersteunen van de andere onderdelen, ten behoeve van het primaire proces; en
iv. het geven van advies bij strategische, personele en financiële aspecten.
i. het geven van advies en ondersteuning voor gezamenlijke taken van het KNMI, ten behoeve van de hoofddirecteur, afstemming van beleid binnen het ministerie en facilitaire dienstverlening;
ii. het geven van advies op het gebied van personeel en financiën;
iii. het ondersteunen van de andere onderdelen, ten behoeve van het primaire proces; en
iv. het geven van advies bij strategische, personele en financiële aspecten.
9. Onder het afdelingshoofd Bedrijfsvoering ressorteert in ieder geval nog een functionaris met de functie senior adviseur/specialist, aan te duiden als Inkoopadviseur.