BWBR0028076
Geldig vanaf 2010-08-21
Artikel 24
Organisatie- en mandaatbesluit Verkeer en Waterstaat 2010
1. Aan de directeur Centrum Publieksparticipatie en het afdelingshoofd Bedrijfsvoering, tevens plaatsvervangend directeur Centrum Publieksparticipatie, wordt mandaat verleend ten aanzien van alle bevoegdheden die behoren bij de uitoefening van de taken van het Centrum Publieksparticipatie genoemd in artikel 17, dan wel in overige wetgeving en regelgeving, waaronder mede begrepen de bedrijfsvoering van het Centrum Publieksparticipatie, een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
2. Uitoefening van mandaat geschiedt onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal in artikel 22, en in het bijzonder het bepaalde in het derde lid van voornoemd artikel.
3. Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het mandaat, bedoeld in het eerste lid.
4. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaar en niet de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de gemandateerde bevoegdheid.
5. De bevoegdheden in mandaat verleend in het eerste lid strekken ten aanzien van de directeur Centrum Publieksparticipatie niet tot het aangaan van financiële verplichtingen met een waarde gelijk aan of groter dan de drempelbedragen, bedoeld in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachtenen ten aanzien van het afdelingshoofd Bedrijfsvoering, tevens plaatsvervangend directeur Centrum Publieksparticipatie, niet tot het aangaan van financiële verplichtingen met een waarde hoger dan € 50.000.
2. Uitoefening van mandaat geschiedt onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal in artikel 22, en in het bijzonder het bepaalde in het derde lid van voornoemd artikel.
3. Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op het mandaat, bedoeld in het eerste lid.
4. Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat niet de bevoegdheid tot beslissen op bezwaar en niet de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen of intrekken van beleidsregels met betrekking tot de gemandateerde bevoegdheid.
5. De bevoegdheden in mandaat verleend in het eerste lid strekken ten aanzien van de directeur Centrum Publieksparticipatie niet tot het aangaan van financiële verplichtingen met een waarde gelijk aan of groter dan de drempelbedragen, bedoeld in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachtenen ten aanzien van het afdelingshoofd Bedrijfsvoering, tevens plaatsvervangend directeur Centrum Publieksparticipatie, niet tot het aangaan van financiële verplichtingen met een waarde hoger dan € 50.000.