BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:54
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Tenzij anders is bepaald, wordt voor vorderingen die zijn ondergebracht in de categorieën genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit de waarde van de vordering bepaald op basis van de waarde op de balans exclusief het effect van waardeaanpassingen. De vorige volzin is ook van toepassing op activa die worden gekocht tegen een andere prijs dan het verschuldigde bedrag. Voor activa als bedoeld in de vorige volzin wordt het verschil tussen het verschuldigde bedrag en de in de balans van financiële ondernemingen opgenomen waarde ‘disagio’ genoemd als het verschuldigde bedrag groter is, en ‘agio’ genoemd als het verschuldigde bedrag kleiner is.
2. Wanneer een financiële onderneming bij retrocessieovereenkomsten of bij verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen van kaderverrekeningsovereenkomsten gebruik maakt, wordt de waarde van de vordering berekend overeenkomstig de van toepassing zijnde methode uit paragraaf 4.3.3.
3. Bij saldering van leningen en deposito’s past de financiële onderneming voor de berekening van de waarde van de vordering de toepasselijke methode van paragraaf 4.2.4 toe.
4. Bij lease-overeenkomsten is de waarde van de vordering gelijk aan de gedisconteerde stroom van minimum leasebetalingen. De minimum leasebetalingen zijn de betalingen gedurende de leasetermijn die de leasenemer moet betalen of kan worden verplicht te betalen alsmede alle gunstige koopopties. Ook alle gegarandeerde restwaarden, die voldoen aan de voorwaarden van artikel 4:75 met betrekking tot de toelating van protectiegevers alsmede aan de minimumvereisten voor de erkenning van andere soorten garanties als bedoeld in de artikelen 4:79 tot en met 4:83, worden in de minimum leasebetalingen inbegrepen.
2. Wanneer een financiële onderneming bij retrocessieovereenkomsten of bij verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen van kaderverrekeningsovereenkomsten gebruik maakt, wordt de waarde van de vordering berekend overeenkomstig de van toepassing zijnde methode uit paragraaf 4.3.3.
3. Bij saldering van leningen en deposito’s past de financiële onderneming voor de berekening van de waarde van de vordering de toepasselijke methode van paragraaf 4.2.4 toe.
4. Bij lease-overeenkomsten is de waarde van de vordering gelijk aan de gedisconteerde stroom van minimum leasebetalingen. De minimum leasebetalingen zijn de betalingen gedurende de leasetermijn die de leasenemer moet betalen of kan worden verplicht te betalen alsmede alle gunstige koopopties. Ook alle gegarandeerde restwaarden, die voldoen aan de voorwaarden van artikel 4:75 met betrekking tot de toelating van protectiegevers alsmede aan de minimumvereisten voor de erkenning van andere soorten garanties als bedoeld in de artikelen 4:79 tot en met 4:83, worden in de minimum leasebetalingen inbegrepen.
- Citeren als
- Art. 3:54
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl