BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:40
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
Een financiële onderneming merkt in ieder geval de volgende elementen aan als indicaties dat volledige nakoming van de verplichtingen door de debiteur onwaarschijnlijk is:
a. de financiële onderneming bestempelt de vordering op de debiteur als dubieus;
b. de financiële onderneming gaat over tot een waardeaanpassing als gevolg van een gepercipieerde aanzienlijke vermindering van de kredietkwaliteit nadat zij de vordering op de debiteur heeft geaccepteerd;
c. de financiële onderneming verkoopt de vordering op de debiteur met een aanzienlijk kredietgebonden economisch verlies;
d. de financiële onderneming stemt in met een gedwongen herstructurering van de vordering op de debiteur, die wellicht zal resulteren in een geringere vordering als gevolg van de kwijtschelding, dan wel de verlening van uitstel van betaling, van de hoofdsom, de rente of, in voorkomend geval, de provisies respectievelijk de gedwongen herstructurering van het aandelenkapitaal ingeval van posities in aandelen die worden beoordeeld aan de hand van een PD/LGD-benadering;
e. de financiële onderneming heeft het faillissement van de debiteur of een soortgelijk bevel aangevraagd met betrekking tot zijn verplichting jegens de financiële onderneming, de moederonderneming of één van haar dochterondernemingen;
f. de debiteur heeft faillissement of een soortgelijke bescherming aangevraagd of is in staat van faillissement verklaard, waardoor de terugbetaling van een verplichting jegens de financiële onderneming, de moederonderneming of één van haar dochterondernemingen niet volgens het contract zal worden afgewikkeld.
a. de financiële onderneming bestempelt de vordering op de debiteur als dubieus;
b. de financiële onderneming gaat over tot een waardeaanpassing als gevolg van een gepercipieerde aanzienlijke vermindering van de kredietkwaliteit nadat zij de vordering op de debiteur heeft geaccepteerd;
c. de financiële onderneming verkoopt de vordering op de debiteur met een aanzienlijk kredietgebonden economisch verlies;
d. de financiële onderneming stemt in met een gedwongen herstructurering van de vordering op de debiteur, die wellicht zal resulteren in een geringere vordering als gevolg van de kwijtschelding, dan wel de verlening van uitstel van betaling, van de hoofdsom, de rente of, in voorkomend geval, de provisies respectievelijk de gedwongen herstructurering van het aandelenkapitaal ingeval van posities in aandelen die worden beoordeeld aan de hand van een PD/LGD-benadering;
e. de financiële onderneming heeft het faillissement van de debiteur of een soortgelijk bevel aangevraagd met betrekking tot zijn verplichting jegens de financiële onderneming, de moederonderneming of één van haar dochterondernemingen;
f. de debiteur heeft faillissement of een soortgelijke bescherming aangevraagd of is in staat van faillissement verklaard, waardoor de terugbetaling van een verplichting jegens de financiële onderneming, de moederonderneming of één van haar dochterondernemingen niet volgens het contract zal worden afgewikkeld.
- Citeren als
- Art. 3:40
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl