BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:46
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming berekent, met inachtneming van het vierde lid, elke vordering M op de volgende wijze:
a. voor een instrument dat onderworpen is aan een kasstroomschema, wordt M berekend volgens formule 18 van bijlage 3;
b. voor afgeleide instrumenten die onderworpen zijn aan een master netting overeenkomst, is M gelijk aan de gewogen gemiddelde resterende looptijd van de vordering, waarbij M ten minste gelijk is aan 1 jaar. Voor de weging van de looptijd wordt de theoretische hoofdsom van elke vordering gebruikt;
c. voor vorderingen die ontstaan uit hoofde van transacties met betrekking tot volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte afgeleide instrumenten die zijn opgesomd in bijlage B van het Besluit en van volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte margeleningstransacties of retrocessieovereenkomsten die onderworpen zijn aan een master netting overeenkomst, is M gelijk aan de gewogen gemiddelde looptijd van de transacties, waarbij M ten minste gelijk is aan 10 dagen. Voor retrocessieovereenkomsten of opgenomen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen die onderworpen zijn aan een kaderverrekeningsovereenkomst, is M gelijk aan de gewogen gemiddelde looptijd van de transacties, waarbij M ten minste gelijk is aan 5 dagen. Voor de weging van de looptijd wordt de theoretische hoofdsom van elke vordering gebruikt;
d. voor gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen, is voor opgenomen bedragen M gelijk aan de gewogen gemiddelde looptijd van de gekochte kortlopende handelsvorderingen, waarbij M ten minste gelijk is aan 90 dagen;
e. voor niet-opgenomen bedragen in het kader van een gecommitteerde koopfaciliteit van kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen, geldt eveneens de in het vorige onderdeel bedoelde waarde van M, indien de koopovereenkomst effectieve bedingen, vervroegde-aflossingsbepalingen of andere kenmerken omvat die de kopende financiële onderneming bescherming bieden tegen een significante verslechtering van de kwaliteit van de toekomstige kortlopende handelsvorderingen die zij gedurende de looptijd van de faciliteit verplicht is te kopen;
f. indien de effectieve beschermingsmiddelen, bedoeld in het vorige onderdeel ontbreken wordt voor niet-opgenomen bedragen in het kader van een gecommitteerde koopfaciliteit van kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen, M berekend als de som van de langstlopende kortlopende potentiële handelsvordering in het kader van de koopovereenkomst en de resterende looptijd van de koopfaciliteit, waarbij M ten minste gelijk is aan 90 dagen.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a tot en met f is M ten minste gelijk aan 1 dag voor:
a. de volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte afgeleide instrumenten die zijn opgesomd in bijlage B van het Besluit;
b. volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte margeleningstransacties;
c. retrocessieovereenkomsten, opgenomen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen, mits de documentatie dagelijkse margestortingen en dagelijkse herwaardering vereist en bepalingen bevat die de prompte uitwinning of saldering van zekerheden mogelijk maken in geval van wanbetaling of het uitblijven van een margestorting; en
d. andere kortlopende vorderingen, die geen deel uitmaken van de doorlopende financiering door de financiële onderneming van de debiteur.
3. Voor alle andere instrumenten dan die genoemd in het eerste en tweede lid, dan wel voor alle instrumenten ten aanzien waarvan de financiële onderneming niet in staat is M op de in het eerste lid, onderdeel a, beschreven wijze te berekenen, is M gelijk aan de maximale resterende periode (in jaren) die de debiteur kan wachten om zijn contractuele verplichtingen volledig na te komen, waarbij M ten minste gelijk is aan 1 jaar.
4. Looptijdverschillen worden behandeld op de in afdeling 4.9 bedoelde wijze.
5. Indien de financiële onderneming de in afdeling 5.6 bedoelde interne-modellenmethode hanteert om de waarde van de vordering te berekenen, wordt M volgens formule 18a van bijlage 3 berekend voor de posities waarop zij deze methode toepast en waarvoor de looptijd van het langstlopende contract van het samenstel van verrekenbare transacties langer is dan een jaar. Op samenstellen van verrekenbare transacties waarin alle overeenkomsten een oorspronkelijke looptijd van minder dan een jaar hebben, is het eerste lid van toepassing, voor zover de uitzondering van het tweede lid niet van toepassing is.
6. In afwijking van het vorige lid, kan een financiële onderneming die gebruik maakt van een intern model om een eenzijdige aanpassing van de kredietwaardering (credit valuation adjustment – CVA) te berekenen, de met behulp van dit model geraamde effectieve duur van het krediet als M gebruiken, mits daarvoor de voorafgaande toestemming van DNB is verkregen.
7. Voor de toepassing van artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin, is M de daadwerkelijke looptijd van de kredietprotectie, maar ten minste gelijk aan 1 jaar.
a. voor een instrument dat onderworpen is aan een kasstroomschema, wordt M berekend volgens formule 18 van bijlage 3;
b. voor afgeleide instrumenten die onderworpen zijn aan een master netting overeenkomst, is M gelijk aan de gewogen gemiddelde resterende looptijd van de vordering, waarbij M ten minste gelijk is aan 1 jaar. Voor de weging van de looptijd wordt de theoretische hoofdsom van elke vordering gebruikt;
c. voor vorderingen die ontstaan uit hoofde van transacties met betrekking tot volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte afgeleide instrumenten die zijn opgesomd in bijlage B van het Besluit en van volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte margeleningstransacties of retrocessieovereenkomsten die onderworpen zijn aan een master netting overeenkomst, is M gelijk aan de gewogen gemiddelde looptijd van de transacties, waarbij M ten minste gelijk is aan 10 dagen. Voor retrocessieovereenkomsten of opgenomen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen die onderworpen zijn aan een kaderverrekeningsovereenkomst, is M gelijk aan de gewogen gemiddelde looptijd van de transacties, waarbij M ten minste gelijk is aan 5 dagen. Voor de weging van de looptijd wordt de theoretische hoofdsom van elke vordering gebruikt;
d. voor gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen, is voor opgenomen bedragen M gelijk aan de gewogen gemiddelde looptijd van de gekochte kortlopende handelsvorderingen, waarbij M ten minste gelijk is aan 90 dagen;
e. voor niet-opgenomen bedragen in het kader van een gecommitteerde koopfaciliteit van kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen, geldt eveneens de in het vorige onderdeel bedoelde waarde van M, indien de koopovereenkomst effectieve bedingen, vervroegde-aflossingsbepalingen of andere kenmerken omvat die de kopende financiële onderneming bescherming bieden tegen een significante verslechtering van de kwaliteit van de toekomstige kortlopende handelsvorderingen die zij gedurende de looptijd van de faciliteit verplicht is te kopen;
f. indien de effectieve beschermingsmiddelen, bedoeld in het vorige onderdeel ontbreken wordt voor niet-opgenomen bedragen in het kader van een gecommitteerde koopfaciliteit van kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen, M berekend als de som van de langstlopende kortlopende potentiële handelsvordering in het kader van de koopovereenkomst en de resterende looptijd van de koopfaciliteit, waarbij M ten minste gelijk is aan 90 dagen.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdelen a tot en met f is M ten minste gelijk aan 1 dag voor:
a. de volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte afgeleide instrumenten die zijn opgesomd in bijlage B van het Besluit;
b. volledig of bijna volledig door zekerheden gedekte margeleningstransacties;
c. retrocessieovereenkomsten, opgenomen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen, mits de documentatie dagelijkse margestortingen en dagelijkse herwaardering vereist en bepalingen bevat die de prompte uitwinning of saldering van zekerheden mogelijk maken in geval van wanbetaling of het uitblijven van een margestorting; en
d. andere kortlopende vorderingen, die geen deel uitmaken van de doorlopende financiering door de financiële onderneming van de debiteur.
3. Voor alle andere instrumenten dan die genoemd in het eerste en tweede lid, dan wel voor alle instrumenten ten aanzien waarvan de financiële onderneming niet in staat is M op de in het eerste lid, onderdeel a, beschreven wijze te berekenen, is M gelijk aan de maximale resterende periode (in jaren) die de debiteur kan wachten om zijn contractuele verplichtingen volledig na te komen, waarbij M ten minste gelijk is aan 1 jaar.
4. Looptijdverschillen worden behandeld op de in afdeling 4.9 bedoelde wijze.
5. Indien de financiële onderneming de in afdeling 5.6 bedoelde interne-modellenmethode hanteert om de waarde van de vordering te berekenen, wordt M volgens formule 18a van bijlage 3 berekend voor de posities waarop zij deze methode toepast en waarvoor de looptijd van het langstlopende contract van het samenstel van verrekenbare transacties langer is dan een jaar. Op samenstellen van verrekenbare transacties waarin alle overeenkomsten een oorspronkelijke looptijd van minder dan een jaar hebben, is het eerste lid van toepassing, voor zover de uitzondering van het tweede lid niet van toepassing is.
6. In afwijking van het vorige lid, kan een financiële onderneming die gebruik maakt van een intern model om een eenzijdige aanpassing van de kredietwaardering (credit valuation adjustment – CVA) te berekenen, de met behulp van dit model geraamde effectieve duur van het krediet als M gebruiken, mits daarvoor de voorafgaande toestemming van DNB is verkregen.
7. Voor de toepassing van artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin, is M de daadwerkelijke looptijd van de kredietprotectie, maar ten minste gelijk aan 1 jaar.
- Citeren als
- Art. 3:46
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl