BWBR0020764
Geldig vanaf 20-12-2007
Artikel 3:45
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming die de Geavanceerde IRB toepast voor vorderingen die zijn ondergebracht in één van de categorieën genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit stelt eigen LGD-ramingen op, waarbij de minimumvereisten van afdeling 3.6 in acht worden genomen.
2. Indien de financiële onderneming die de Geavanceerde IRB toepast, gebruik maakt van de in artikel 3:42, eerste lid, bedoelde methoden, splitst zij de EL-ramingen voor wanbetalingsrisico voor gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen op betrouwbare wijze in PD’s en LGD’s.
3. De financiële onderneming die de Geavanceerde IRB toepast, kan niet-volgestorte kredietprotectie in aanmerking nemen door de PD- en/of LGD-ramingen aan te passen, mits de minimumvereisten van artikel 3:83 in acht worden genomen. De financiële onderneming kent aan gegarandeerde vorderingen geen zodanig aangepaste PD en/of LGD toe dat het aangepaste risicogewicht lager is dan dat van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de garantiegever.
4. Onverminderd het derde lid, is voor de toepassing van artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin, de LGD van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de protectiegever gelijk aan de LGD die samenhangt met ofwel een ongedekte faciliteit ten behoeve van de garantiegever, ofwel de ongedekte faciliteit van de debiteur, al naargelang of uit beschikbaar bewijsmateriaal en de structuur van de garantie blijkt dat indien zowel de garantiegever als de debiteur tijdens de looptijd van de afgedekte transactie in gebreke blijven, het teruggevorderde bedrag afhankelijk zou zijn van de financiële situatie van respectievelijk de garantiegever of de debiteur.
2. Indien de financiële onderneming die de Geavanceerde IRB toepast, gebruik maakt van de in artikel 3:42, eerste lid, bedoelde methoden, splitst zij de EL-ramingen voor wanbetalingsrisico voor gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen op betrouwbare wijze in PD’s en LGD’s.
3. De financiële onderneming die de Geavanceerde IRB toepast, kan niet-volgestorte kredietprotectie in aanmerking nemen door de PD- en/of LGD-ramingen aan te passen, mits de minimumvereisten van artikel 3:83 in acht worden genomen. De financiële onderneming kent aan gegarandeerde vorderingen geen zodanig aangepaste PD en/of LGD toe dat het aangepaste risicogewicht lager is dan dat van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de garantiegever.
4. Onverminderd het derde lid, is voor de toepassing van artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin, de LGD van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de protectiegever gelijk aan de LGD die samenhangt met ofwel een ongedekte faciliteit ten behoeve van de garantiegever, ofwel de ongedekte faciliteit van de debiteur, al naargelang of uit beschikbaar bewijsmateriaal en de structuur van de garantie blijkt dat indien zowel de garantiegever als de debiteur tijdens de looptijd van de afgedekte transactie in gebreke blijven, het teruggevorderde bedrag afhankelijk zou zijn van de financiële situatie van respectievelijk de garantiegever of de debiteur.
- Citeren als
- Art. 3:45
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl