BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:36
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Indien een financiële onderneming voor vorderingen die zijn ondergebracht in één van de subcategorieën genoemd in artikel 3:6, gebruik maakt van de in artikel 3:21, eerste lid, bedoelde methode, wordt, in plaats van de toepassing van formule 11 uit bijlage 3, aan dergelijke vorderingen een EL-waarde toegewezen conform tabel 2 van bijlage 3. Deze waarde wordt vervolgens gebruikt in formule 12 van bijlage 3.
2. Indien een financiële onderneming voor vorderingen die zijn ondergebracht in één van de subcategorieën genoemd in artikel 3:6 gebruik maakt van de in artikel 3:21, tweede lid, bedoelde mogelijkheid om aan alle vorderingen van categorie 1 van tabel 2 een preferentieel risicogewicht van 50% en aan alle vorderingen van categorie 2 van tabel 2 een risicogewicht van 70% toe te kennen, bedraagt de EL-waarde 0% voor vorderingen van categorie 1 en 0,4% voor vorderingen van categorie 2. Deze waarde wordt vervolgens gebruikt in formule 12 van bijlage 3.
2. Indien een financiële onderneming voor vorderingen die zijn ondergebracht in één van de subcategorieën genoemd in artikel 3:6 gebruik maakt van de in artikel 3:21, tweede lid, bedoelde mogelijkheid om aan alle vorderingen van categorie 1 van tabel 2 een preferentieel risicogewicht van 50% en aan alle vorderingen van categorie 2 van tabel 2 een risicogewicht van 70% toe te kennen, bedraagt de EL-waarde 0% voor vorderingen van categorie 1 en 0,4% voor vorderingen van categorie 2. Deze waarde wordt vervolgens gebruikt in formule 12 van bijlage 3.
- Citeren als
- Art. 3:36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl