BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2011
Artikel 3:44
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming die de Eenvoudige IRB toepast voor vorderingen die zijn ondergebracht in één van de categorieën genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van het Besluit hanteert voor deze vorderingen de volgende LGD-waarden:
a. voor niet-achtergestelde vorderingen zonder toelaatbare zekerheid: 0,45;
b. voor achtergestelde vorderingen zonder toelaatbare zekerheid: 0,75;
c. ten aanzien van gedekte obligaties als bedoeld in bijlage 1: 0,1125;
d. voor niet-achtergestelde gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen: 0,45; en
e. voor achtergestelde gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen: 1.
2. De financiële onderneming kan volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie in de LGD overeenkomstig hoofdstuk 4 in aanmerking nemen.
3. Onverminderd het tweede lid, is voor het in aanmerking nemen van volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie in de LGD overeenkomstig artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin, de LGD van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de protectiegever gelijk aan de LGD die samenhangt met ofwel een ongedekte faciliteit ten behoeve van de garantiegever, ofwel de ongedekte faciliteit van de debiteur, al naargelang of uit beschikbaar bewijsmateriaal en de structuur van de garantie blijkt dat indien zowel de garantiegever als de debiteur tijdens de looptijd van de afgedekte transactie in gebreke blijven, het teruggevorderde bedrag afhankelijk zou zijn van de financiële situatie van respectievelijk de garantiegever of de debiteur.
a. voor niet-achtergestelde vorderingen zonder toelaatbare zekerheid: 0,45;
b. voor achtergestelde vorderingen zonder toelaatbare zekerheid: 0,75;
c. ten aanzien van gedekte obligaties als bedoeld in bijlage 1: 0,1125;
d. voor niet-achtergestelde gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen: 0,45; en
e. voor achtergestelde gekochte kortlopende handelsvorderingen op ondernemingen: 1.
2. De financiële onderneming kan volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie in de LGD overeenkomstig hoofdstuk 4 in aanmerking nemen.
3. Onverminderd het tweede lid, is voor het in aanmerking nemen van volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie in de LGD overeenkomstig artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin, de LGD van een vergelijkbare rechtstreekse vordering op de protectiegever gelijk aan de LGD die samenhangt met ofwel een ongedekte faciliteit ten behoeve van de garantiegever, ofwel de ongedekte faciliteit van de debiteur, al naargelang of uit beschikbaar bewijsmateriaal en de structuur van de garantie blijkt dat indien zowel de garantiegever als de debiteur tijdens de looptijd van de afgedekte transactie in gebreke blijven, het teruggevorderde bedrag afhankelijk zou zijn van de financiële situatie van respectievelijk de garantiegever of de debiteur.
- Citeren als
- Art. 3:44
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl