BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:28
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Bij de interne-modellenbenadering is de risicogewogen post voor de posities in aandelen gelijk aan het potentiële verlies op de posities in aandelen van een financiële onderneming, zoals bepaald aan de hand van interne VaR-modellen met een eenzijdig betrouwbaarheidsinterval van 99% van het verschil tussen driemaandelijkse rendementen en aan de hand van een passend risicovrij percentage berekend over een lange periode, vermenigvuldigd met 12,5.
2. De financiële onderneming neemt bij de ontwikkeling van de interne VaR-modellen artikel 3:86 in acht.
3. Bij de interne-modellenbenadering kan op het niveau van de aandelenportefeuille de risicogewogen post niet minder zijn dan de som van de bij de PD/LGD-benadering vereiste minimale risicogewogen post en de overeenkomstige verwachte verliespost vermenigvuldigd met 12,5 en berekend op basis van de in artikel 3:54, tweede lid, onderdeel a, genoemde PD-waarde, de bijbehorende, in artikel 3:55 genoemde LGD-waarden en de in artikel 3:56 opgenomen waarde van M.
4. Bij de interne-modellenbenadering kan de financiële onderneming voor een positie in aandelen rekening houden met een niet-volgestorte kredietprotectie. De financiële onderneming ontwikkelt een consistente en verklaarbare methodiek om het effect van niet-volgestorte kredietprotectie op de posities in aandelen te kunnen bepalen. Onverminderd het derde lid, is, voor zover relevant, artikel 3:83 van overeenkomstige toepassing op de niet-volgestorte kredietprotectie.
2. De financiële onderneming neemt bij de ontwikkeling van de interne VaR-modellen artikel 3:86 in acht.
3. Bij de interne-modellenbenadering kan op het niveau van de aandelenportefeuille de risicogewogen post niet minder zijn dan de som van de bij de PD/LGD-benadering vereiste minimale risicogewogen post en de overeenkomstige verwachte verliespost vermenigvuldigd met 12,5 en berekend op basis van de in artikel 3:54, tweede lid, onderdeel a, genoemde PD-waarde, de bijbehorende, in artikel 3:55 genoemde LGD-waarden en de in artikel 3:56 opgenomen waarde van M.
4. Bij de interne-modellenbenadering kan de financiële onderneming voor een positie in aandelen rekening houden met een niet-volgestorte kredietprotectie. De financiële onderneming ontwikkelt een consistente en verklaarbare methodiek om het effect van niet-volgestorte kredietprotectie op de posities in aandelen te kunnen bepalen. Onverminderd het derde lid, is, voor zover relevant, artikel 3:83 van overeenkomstige toepassing op de niet-volgestorte kredietprotectie.
- Citeren als
- Art. 3:28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl