BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:31
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, eerste zinsnede, van het vorige artikel berekent een financiële onderneming op basis van het mandaat van de instelling voor collectieve belegging de risicogewogen posten en de verwachte verliesposten van de onderliggende vorderingen, volgens de in artikel 3:27, eerste lid, bedoelde eenvoudige risicogewichtenbenadering.
2. Ten behoeve van de berekening, bedoeld in het eerste lid, worden onderliggende vorderingen, niet zijnde posities in aandelen, ondergebracht in één van de bij formule 9 van bijlage 3 genoemde categorieën. Als de financiële onderneming geen onderscheid maakt tussen posities in ‘niet ter beurze verhandelde’, ‘ter beurze verhandelde’ en ‘overige’ aandelen, behandelt zij de desbetreffende onderliggende vorderingen als posities in overige aandelen. Vorderingen waarvan de onderliggende vorderingen onbekend zijn, worden eveneens behandeld als posities in overige aandelen.
2. Ten behoeve van de berekening, bedoeld in het eerste lid, worden onderliggende vorderingen, niet zijnde posities in aandelen, ondergebracht in één van de bij formule 9 van bijlage 3 genoemde categorieën. Als de financiële onderneming geen onderscheid maakt tussen posities in ‘niet ter beurze verhandelde’, ‘ter beurze verhandelde’ en ‘overige’ aandelen, behandelt zij de desbetreffende onderliggende vorderingen als posities in overige aandelen. Vorderingen waarvan de onderliggende vorderingen onbekend zijn, worden eveneens behandeld als posities in overige aandelen.
- Citeren als
- Art. 3:31
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl