BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:25
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming past voor de bepaling van de risicogewogen posten voor gekochte kortlopende handelsvorderingen op een particulier of op een kleine of middelgrote onderneming die is ondergebracht in de categorie genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit, dezelfde methodieken toe als bedoeld in artikel 3:24, en voldoet aan de minimumvereisten van artikel 3:84. Tevens voldoet zij aan de volgende voorwaarden:
a. de financiële onderneming heeft de kortlopende handelsvorderingen gekocht van niet-verbonden, derde verkopers en haar vordering op de debiteur van de vordering omvat geen vorderingen die rechtstreeks of middellijk hun oorsprong vinden bij de financiële onderneming zelf;
b. de gekochte kortlopende handelsvorderingen zijn op marktconforme wijze tot stand gekomen tussen de verkoper en de debiteur, en kunnen niet betreffen ‘te ontvangen posten’ of ‘kortlopende handelsvorderingen’ opgenomen in tegenrekeningen tussen ondernemingen die van elkaar kopen en aan elkaar verkopen;
c. de kopende financiële onderneming heeft recht op alle respectievelijk een evenredig aandeel in de opbrengsten van de gekochte kortlopende handelsvorderingen; en
d. de pool van gekochte kortlopende handelsvorderingen is voldoende gespreid, in die zin dat geen enkele gekochte kortlopende handelsvorderingen op één tegenpartij groter is dan 0,2% van de pool waarin deze is opgenomen.
2. Bij gekochte kortlopende handelsvorderingen op een particulier of op een kleine of middelgrote onderneming kunnen het restitueerbare disagio op aankopen, zekerheden of gedeeltelijke garanties die protectie voor het eerste verlies bij verliezen bij wanbetaling, verwateringsverliezen of beide bieden, onder toepassing van titel 6.5, als eerste-verliesposities worden behandeld
3. Bij hybride pools van gekochte kortlopende handelsvorderingen op particulieren of op kleine of middelgrote ondernemingen waarbij de kopende financiële onderneming door onroerend goed gegarandeerde vorderingen of gekwalificeerde revolverende posities ten opzichte van particulieren en kleine of middelgrote ondernemingen niet kan of wil onderscheiden van andere vorderingen op particulieren of op kleine of middelgrote ondernemingen, is de risicogewichtenfunctie van toepassing die de hoogste solvabiliteitsvereisten voor deze vorderingen oplevert.
a. de financiële onderneming heeft de kortlopende handelsvorderingen gekocht van niet-verbonden, derde verkopers en haar vordering op de debiteur van de vordering omvat geen vorderingen die rechtstreeks of middellijk hun oorsprong vinden bij de financiële onderneming zelf;
b. de gekochte kortlopende handelsvorderingen zijn op marktconforme wijze tot stand gekomen tussen de verkoper en de debiteur, en kunnen niet betreffen ‘te ontvangen posten’ of ‘kortlopende handelsvorderingen’ opgenomen in tegenrekeningen tussen ondernemingen die van elkaar kopen en aan elkaar verkopen;
c. de kopende financiële onderneming heeft recht op alle respectievelijk een evenredig aandeel in de opbrengsten van de gekochte kortlopende handelsvorderingen; en
d. de pool van gekochte kortlopende handelsvorderingen is voldoende gespreid, in die zin dat geen enkele gekochte kortlopende handelsvorderingen op één tegenpartij groter is dan 0,2% van de pool waarin deze is opgenomen.
2. Bij gekochte kortlopende handelsvorderingen op een particulier of op een kleine of middelgrote onderneming kunnen het restitueerbare disagio op aankopen, zekerheden of gedeeltelijke garanties die protectie voor het eerste verlies bij verliezen bij wanbetaling, verwateringsverliezen of beide bieden, onder toepassing van titel 6.5, als eerste-verliesposities worden behandeld
3. Bij hybride pools van gekochte kortlopende handelsvorderingen op particulieren of op kleine of middelgrote ondernemingen waarbij de kopende financiële onderneming door onroerend goed gegarandeerde vorderingen of gekwalificeerde revolverende posities ten opzichte van particulieren en kleine of middelgrote ondernemingen niet kan of wil onderscheiden van andere vorderingen op particulieren of op kleine of middelgrote ondernemingen, is de risicogewichtenfunctie van toepassing die de hoogste solvabiliteitsvereisten voor deze vorderingen oplevert.
- Citeren als
- Art. 3:25
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl