BWBR0020764
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 3:3
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Een financiële onderneming kan toestemming krijgen voor het toepassen van Eenvoudige IRB of van Geavanceerd IRB. Een permanente mix van Eenvoudige IRB en Geavanceerd IRB is niet toegestaan.
2. In afwijking van het eerste lid, kunnen vorderingen als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid,
permanent onder Eenvoudige IRB worden behandeld, ook als de financiële onderneming voor de overige vorderingen Geavanceerd IRB toepast.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen vorderingen als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit, uitsluitend onder Geavanceerd IRB worden behandeld, ook als de financiële onderneming voor de overige vorderingen Eenvoudige IRB toepast.
4. Mits de instelling toestemming heeft gekregen om de standaardbenadering toe te passen op vorderingen op instellingen, centrale overheden, centrale banken en ondernemingen die voldoen aan eisen van artikel 4:75, eerste lid, onderdeel g, gelden de eisen van paragraaf 4.7.4 niet.
2. In afwijking van het eerste lid, kunnen vorderingen als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid,
permanent onder Eenvoudige IRB worden behandeld, ook als de financiële onderneming voor de overige vorderingen Geavanceerd IRB toepast.
3. In afwijking van het eerste lid, kunnen vorderingen als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit, uitsluitend onder Geavanceerd IRB worden behandeld, ook als de financiële onderneming voor de overige vorderingen Eenvoudige IRB toepast.
4. Mits de instelling toestemming heeft gekregen om de standaardbenadering toe te passen op vorderingen op instellingen, centrale overheden, centrale banken en ondernemingen die voldoen aan eisen van artikel 4:75, eerste lid, onderdeel g, gelden de eisen van paragraaf 4.7.4 niet.
- Citeren als
- Art. 3:3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl