BWBR0020764
Geldig vanaf 01-01-2007
Artikel 3:32
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010
1. Als alternatief voor de in het vorige artikel beschreven methode kan een financiële onderneming aan een derde opdracht geven de gemiddelde risicogewogen posten op basis van de onderliggende vorderingen van de instelling voor collectieve belegging te berekenen en haar van de resultaten op de hoogte te brengen, of deze berekening zelf uitvoeren. De financiële onderneming waarborgt in beide gevallen dat de berekening en, in geval van berekening door een derde, de rapportage volgens deze regeling plaatsvindt.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde berekeningen worden de volgende benaderingen gevolgd:
a. bij vorderingen die zijn ondergebracht in de categorie genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit wordt de benadering uit artikel 3:27, eerste lid, gevolgd. Als de financiële onderneming geen onderscheid maakt tussen posities in ‘niet ter beurze verhandelde’, ‘ter beurze verhandelde’ en ‘overige’ aandelen, behandelt zij de betreffende vorderingen als posities in overige aandelen;
b. bij alle overige onderliggende vorderingen wordt de in hoofdstuk 2 bedoelde standaardbenadering gevolgd, met dien verstande dat: 1°. de vorderingen in een categorie worden ondergebracht welke leidt tot een risicogewicht van de trap boven de kredietkwaliteitstrap waarin de vordering normaal gesproken zou zijn ondergebracht; en
2°. vorderingen die worden ondergebracht in een hogere kredietkwaliteitstrap en normaal gesproken een risicogewicht van 150% zouden krijgen, een risicogewicht van 200% krijgen.
1°. de vorderingen in een categorie worden ondergebracht welke leidt tot een risicogewicht van de trap boven de kredietkwaliteitstrap waarin de vordering normaal gesproken zou zijn ondergebracht; en
2°. vorderingen die worden ondergebracht in een hogere kredietkwaliteitstrap en normaal gesproken een risicogewicht van 150% zouden krijgen, een risicogewicht van 200% krijgen.
2. Voor de in het eerste lid bedoelde berekeningen worden de volgende benaderingen gevolgd:
a. bij vorderingen die zijn ondergebracht in de categorie genoemd in artikel 71, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit wordt de benadering uit artikel 3:27, eerste lid, gevolgd. Als de financiële onderneming geen onderscheid maakt tussen posities in ‘niet ter beurze verhandelde’, ‘ter beurze verhandelde’ en ‘overige’ aandelen, behandelt zij de betreffende vorderingen als posities in overige aandelen;
b. bij alle overige onderliggende vorderingen wordt de in hoofdstuk 2 bedoelde standaardbenadering gevolgd, met dien verstande dat: 1°. de vorderingen in een categorie worden ondergebracht welke leidt tot een risicogewicht van de trap boven de kredietkwaliteitstrap waarin de vordering normaal gesproken zou zijn ondergebracht; en
2°. vorderingen die worden ondergebracht in een hogere kredietkwaliteitstrap en normaal gesproken een risicogewicht van 150% zouden krijgen, een risicogewicht van 200% krijgen.
1°. de vorderingen in een categorie worden ondergebracht welke leidt tot een risicogewicht van de trap boven de kredietkwaliteitstrap waarin de vordering normaal gesproken zou zijn ondergebracht; en
2°. vorderingen die worden ondergebracht in een hogere kredietkwaliteitstrap en normaal gesproken een risicogewicht van 150% zouden krijgen, een risicogewicht van 200% krijgen.
- Citeren als
- Art. 3:32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020764
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl