BWBR0020700
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 2:10
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. Wanneer waardering tegen marktwaarde niet mogelijk is, worden de posities in de handelsportefeuille, in afwijking van het vorige artikel, op voorzichtige wijze op basis van een modellenbenadering gewaardeerd, door via benchmarking, extrapolatie of een andere berekeningswijze de waarde van de financiële instrumenten op basis van een input uit de markt te ramen.
2. De in het eerste lid bedoelde waarderingsmethode wordt met voorrang toegepast, nog voordat de solvabiliteitseisen voor posities, bedoeld in deze regeling, in de handelsportefeuille worden toegepast.
3. Een financiële onderneming neemt bij de waardering op basis van een modellenbenadering de volgende voorschriften in acht:
a. de hoogste leiding draagt kennis van de bestanddelen van de handelsportefeuille of van andere tegen reële waarde gewaardeerde posities waarvoor waardering op basis van een modellenbenadering wordt toegepast en is bekend met de belangrijkheid van de onzekerheid waartoe deze waarderingsmethode voor de rapportage over de bedrijfsrisico's en de bedrijfsresultaten kan leiden;
b. de inputs uit de markt zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met de marktprijzen en de relevantie van de marktinputs voor de positie die wordt gewaardeerd;
c. de parameters van het model worden dagelijks geëvalueerd;
d. voor zover beschikbaar, worden waarderingsmethoden gebruikt die voor de betrokken posities als vaste marktpraktijk worden beschouwd;
e. voor zover de waarderingsmodellen door de financiële onderneming zelf worden ontwikkeld, berusten deze op deugdelijke hypothesen, die zijn geanalyseerd en beproefd door onafhankelijke deskundigen die niet bij het ontwikkelingsproces betrokken zijn;
f. er zijn formele controleprocedures voor veranderingen ingesteld, waaronder de periodieke verificatie van waarderingen aan de hand van een toetsversie van het model;
g. de afdeling risicobeheer is bekend met eventuele tekortkomingen van de gebruikte modellen evenals met de wijze waarop de impact hiervan op het waarderingsresultaat maximaal kan worden beperkt; en
h. de nauwkeurigheid van het model wordt periodiek onderzocht.
4. De beproeving van het in het derde lid, onderdeel e, bedoelde model, waaronder de validatie van de wiskundige formules, de hypothesen en de implementatie van de computerprogrammatuur, geschiedt op onafhankelijke wijze.
2. De in het eerste lid bedoelde waarderingsmethode wordt met voorrang toegepast, nog voordat de solvabiliteitseisen voor posities, bedoeld in deze regeling, in de handelsportefeuille worden toegepast.
3. Een financiële onderneming neemt bij de waardering op basis van een modellenbenadering de volgende voorschriften in acht:
a. de hoogste leiding draagt kennis van de bestanddelen van de handelsportefeuille of van andere tegen reële waarde gewaardeerde posities waarvoor waardering op basis van een modellenbenadering wordt toegepast en is bekend met de belangrijkheid van de onzekerheid waartoe deze waarderingsmethode voor de rapportage over de bedrijfsrisico's en de bedrijfsresultaten kan leiden;
b. de inputs uit de markt zijn, voor zover mogelijk, in overeenstemming met de marktprijzen en de relevantie van de marktinputs voor de positie die wordt gewaardeerd;
c. de parameters van het model worden dagelijks geëvalueerd;
d. voor zover beschikbaar, worden waarderingsmethoden gebruikt die voor de betrokken posities als vaste marktpraktijk worden beschouwd;
e. voor zover de waarderingsmodellen door de financiële onderneming zelf worden ontwikkeld, berusten deze op deugdelijke hypothesen, die zijn geanalyseerd en beproefd door onafhankelijke deskundigen die niet bij het ontwikkelingsproces betrokken zijn;
f. er zijn formele controleprocedures voor veranderingen ingesteld, waaronder de periodieke verificatie van waarderingen aan de hand van een toetsversie van het model;
g. de afdeling risicobeheer is bekend met eventuele tekortkomingen van de gebruikte modellen evenals met de wijze waarop de impact hiervan op het waarderingsresultaat maximaal kan worden beperkt; en
h. de nauwkeurigheid van het model wordt periodiek onderzocht.
4. De beproeving van het in het derde lid, onderdeel e, bedoelde model, waaronder de validatie van de wiskundige formules, de hypothesen en de implementatie van de computerprogrammatuur, geschiedt op onafhankelijke wijze.
- Citeren als
- Art. 2:10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl