BWBR0020700
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 2:1
Regeling solvabiliteitseisen marktrisico Wft 2011
1. Een financiële onderneming die haar solvabiliteitsvereiste voor de handelsportefeuille, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit volgens artikel 61 van het Besluit berekent, draagt zorg voor helder omschreven beleid en procedures inzake de posities die in de handelsportefeuille kunnen worden opgenomen.
2. De in het eerste lid bedoelde financiële onderneming draagt tevens zorg voor helder omschreven beleid en procedures voor het algemene beheer van de handelsportefeuille. Dit beleid en deze procedures omvatten in ieder geval:
a. de commerciële werkzaamheden van de financiële onderneming die, met het oog op het daarmee samenhangende solvabiliteitsvereiste, tot onderdeel van de handelsportefeuille kunnen worden aangemerkt;
b. de mate waarin een vordering dagelijks naar marktprijzen kan worden gewaardeerd via verwijzing naar een actieve, liquide tweerichtingmarkt;
c. voor naar modelprijzen gewaardeerde vorderingen: de mate waarin de financiële onderneming in staat is om: 1°. alle materiële risico’s van de vordering te bepalen;
2°. alle materiële risico’s van de vordering af te dekken door middel van instrumenten waarvoor een actieve, liquide tweerichtingmarkt bestaat; en
3°. betrouwbare ramingen af te leiden voor de voornaamste in het model gebruikte vooronderstellingen en parameters;
1°. alle materiële risico’s van de vordering te bepalen;
2°. alle materiële risico’s van de vordering af te dekken door middel van instrumenten waarvoor een actieve, liquide tweerichtingmarkt bestaat; en
3°. betrouwbare ramingen af te leiden voor de voornaamste in het model gebruikte vooronderstellingen en parameters;
d. de mate waarin de financiële onderneming in staat en verplicht is voor de vordering beoordelingen te produceren die extern op samenhangende wijze kunnen worden gevalideerd;
e. de mate waarin de wettelijke beperkingen of andere operationele eisen het vermogen van de financiële onderneming aantasten om op korte termijn liquidatie of afdekking van de vordering te bewerkstelligen;
f. de mate waarin een financiële onderneming in staat en verplicht is om de vordering in het kader van haar commerciële werkzaamheden actief te beheren;
g. de mate waarin de financiële onderneming risico’s of vorderingen kan overdragen tussen de handelsportefeuille en de niet-handelsportefeuille en de criteria voor dit soort overdrachten.
3. De financiële onderneming waarborgt dat haar beleid en procedures in overeenstemming zijn met de overige toepasselijke normen betreffende risicobeheer, zoals neergelegd in dit hoofdstuk, in de Rsk 2010 en de Rso 2010 en in de Regeling securitisaties Wft 2010. De wijze van naleving van het beleid en de procedures wordt volledig gedocumenteerd en periodiek aan een interne controle onderworpen.
2. De in het eerste lid bedoelde financiële onderneming draagt tevens zorg voor helder omschreven beleid en procedures voor het algemene beheer van de handelsportefeuille. Dit beleid en deze procedures omvatten in ieder geval:
a. de commerciële werkzaamheden van de financiële onderneming die, met het oog op het daarmee samenhangende solvabiliteitsvereiste, tot onderdeel van de handelsportefeuille kunnen worden aangemerkt;
b. de mate waarin een vordering dagelijks naar marktprijzen kan worden gewaardeerd via verwijzing naar een actieve, liquide tweerichtingmarkt;
c. voor naar modelprijzen gewaardeerde vorderingen: de mate waarin de financiële onderneming in staat is om: 1°. alle materiële risico’s van de vordering te bepalen;
2°. alle materiële risico’s van de vordering af te dekken door middel van instrumenten waarvoor een actieve, liquide tweerichtingmarkt bestaat; en
3°. betrouwbare ramingen af te leiden voor de voornaamste in het model gebruikte vooronderstellingen en parameters;
1°. alle materiële risico’s van de vordering te bepalen;
2°. alle materiële risico’s van de vordering af te dekken door middel van instrumenten waarvoor een actieve, liquide tweerichtingmarkt bestaat; en
3°. betrouwbare ramingen af te leiden voor de voornaamste in het model gebruikte vooronderstellingen en parameters;
d. de mate waarin de financiële onderneming in staat en verplicht is voor de vordering beoordelingen te produceren die extern op samenhangende wijze kunnen worden gevalideerd;
e. de mate waarin de wettelijke beperkingen of andere operationele eisen het vermogen van de financiële onderneming aantasten om op korte termijn liquidatie of afdekking van de vordering te bewerkstelligen;
f. de mate waarin een financiële onderneming in staat en verplicht is om de vordering in het kader van haar commerciële werkzaamheden actief te beheren;
g. de mate waarin de financiële onderneming risico’s of vorderingen kan overdragen tussen de handelsportefeuille en de niet-handelsportefeuille en de criteria voor dit soort overdrachten.
3. De financiële onderneming waarborgt dat haar beleid en procedures in overeenstemming zijn met de overige toepasselijke normen betreffende risicobeheer, zoals neergelegd in dit hoofdstuk, in de Rsk 2010 en de Rso 2010 en in de Regeling securitisaties Wft 2010. De wijze van naleving van het beleid en de procedures wordt volledig gedocumenteerd en periodiek aan een interne controle onderworpen.
- Citeren als
- Art. 2:1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0020700
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl