BWBR0017751
Geldig vanaf 2014-11-15
Artikel 77
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
Tot het tijdstip, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/104" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 104, eerste lid, van de wet</a>, kan de stichting een medewerker van een instelling met een landelijk bereik, die op het moment van inwerkingtreding van de <a href="/wet/BWBR0016637" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de jeugdzorg</a>als voogdij-instelling op grond van <a href="/wet/BWBR0004608/artikel/60" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 60, eerste lid, onder a, van de Wet op de jeugdhulpverlening</a>of als gezinsvoogdij-instelling op grond van <a href="/wet/BWBR0004608/artikel/60" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 60, eerste lid, onder b, van die wet</a>aanvaard was, aanwijzen als voogdij- onderscheidenlijk gezinsvoogdij- of jeugdreclasseringswerker.