BWBR0017751
Geldig vanaf 2014-11-15
Artikel 21
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
1. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in artikel 9, geeft zij in het indicatiebesluit aan op welke van deze vormen de jeugdige is aangewezen.
2. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4</a>of <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ</a>, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van de benodigde zorg, uitgedrukt in een minimum en een maximum aantal contacturen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en maximum bedraagt.
3. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 9</a>, <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9a</a>, onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ</a>, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van het benodigde verblijf, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen waarover de uren worden gespreid. Het aantal dagen waarover de uren worden gespreid wordt uitgedrukt in een minimum en maximum aantal dagen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en het maximum bedraagt.
4. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9</a>, <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9a</a>of <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ</a>, is, <a href="/wet/BWBR0008946/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van het Zorgindicatiebesluit</a>van overeenkomstige toepassing.
2. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 4</a>of <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/6" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">6 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ</a>, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van de benodigde zorg, uitgedrukt in een minimum en een maximum aantal contacturen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en maximum bedraagt.
3. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 9</a>, <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9a</a>, onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ</a>, vermeldt het indicatiebesluit de omvang van het benodigde verblijf, uitgedrukt in het benodigde aantal uren per etmaal en het aantal dagen waarover de uren worden gespreid. Het aantal dagen waarover de uren worden gespreid wordt uitgedrukt in een minimum en maximum aantal dagen, waarbij de marge twintig procent ten opzichte van het gemiddelde van het minimum en het maximum bedraagt.
4. Indien de stichting vaststelt dat een jeugdige is aangewezen op een vorm van zorg als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9</a>, <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/9a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9a</a>of <a href="/wet/BWBR0014149/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ</a>, is, <a href="/wet/BWBR0008946/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van het Zorgindicatiebesluit</a>van overeenkomstige toepassing.