BWBR0017751
Geldig vanaf 2014-11-15
Artikel 25
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
1. Medewerkers die zijn belast met de uitvoering van de taken, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, eerste lid, van de wet</a>, voogdijwerkers, gezinsvoogdijwerkers, jeugdreclasseringswerkers en medewerkers die taken uitvoeren van een advies- en meldpunt kindermishandeling, alsmede medewerkers die belast zijn met de uitvoering van de taken, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, onder f tot en met j, van de wet</a>, zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst met de stichting of op basis van een detacheringsovereenkomst tussen hun werkgever en de stichting.
2. In afwijking van het eerste lid, kan een medewerker anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst of detacheringsovereenkomst bij de stichting werkzaam zijn:
a. indien hij zodanig gespecialiseerd is dat een arbeidsovereenkomst of een detacheringsovereenkomst een doelmatige werkwijze van de stichting belemmert;
b. ten behoeve van een tijdelijke functievervulling.
3. Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de detacheringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid.
2. In afwijking van het eerste lid, kan een medewerker anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst of detacheringsovereenkomst bij de stichting werkzaam zijn:
a. indien hij zodanig gespecialiseerd is dat een arbeidsovereenkomst of een detacheringsovereenkomst een doelmatige werkwijze van de stichting belemmert;
b. ten behoeve van een tijdelijke functievervulling.
3. Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de detacheringsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid.