BWBR0017751
Geldig vanaf 2014-11-15
Artikel 47
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
1. De stichting wijst binnen vijf dagen nadat zij een taak, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, onder c of d van de wet</a>heeft gekregen en zij daarvan op de hoogte is gesteld, een jeugdreclasseringswerker aan, en doet hiervan mededeling aan de jeugdige en de met het gezag belaste ouder, voogd of anderen die de jeugdige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden.
2. In deze mededeling wordt tevens opgenomen:
a. de datum van het eerste contact van de jeugdige met de jeugdreclasseringswerker dat uiterlijk vijf dagen nadat de stichting de taak als bedoeld in eerste lid heeft gekregen, plaats vindt en
b. de medewerker die de jeugdreclasseringswerker bij afwezigheid vervangt.
2. In deze mededeling wordt tevens opgenomen:
a. de datum van het eerste contact van de jeugdige met de jeugdreclasseringswerker dat uiterlijk vijf dagen nadat de stichting de taak als bedoeld in eerste lid heeft gekregen, plaats vindt en
b. de medewerker die de jeugdreclasseringswerker bij afwezigheid vervangt.