BWBR0017751
Geldig vanaf 2014-11-15
Artikel 73c
Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg
1. Onze Ministers stellen het bedrag voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken, als volgt vast:
a. de voorlopige vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen, en
b. de definitieve vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het eerste jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen.
2. Het aantal minderjarigen, bedoeld in het eerste lid, is het gemiddelde van het aantal minderjarigen op de eerste dag van elke kalendermaand met uitsluiting van het aantal minderjarigen voor wie een persoon in dienst van een landelijke instelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/104" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 104, eerste lid, van de wet</a>, de taak uitoefent, met uitzondering van de taken als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet</a>, waarvoor de regeling waarbij het normbedrag of de normbedragen worden vastgesteld anders bepaalt.
a. de voorlopige vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen, en
b. de definitieve vaststelling door vermenigvuldiging van het aantal minderjarigen voor wie de stichting in het eerste jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt verstrekt, de jeugdbeschermings- en reclasseringstaken heeft uitgevoerd, met de vastgestelde normbedragen.
2. Het aantal minderjarigen, bedoeld in het eerste lid, is het gemiddelde van het aantal minderjarigen op de eerste dag van elke kalendermaand met uitsluiting van het aantal minderjarigen voor wie een persoon in dienst van een landelijke instelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/104" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 104, eerste lid, van de wet</a>, de taak uitoefent, met uitzondering van de taken als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0016637/artikel/10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet</a>, waarvoor de regeling waarbij het normbedrag of de normbedragen worden vastgesteld anders bepaalt.