BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 3.10.1
Regeling permanente eisen
1. Zijmarkeringslichten moeten zijn aangebracht aan elke zijkant van het voertuig.
2. Zijmarkeringslichten moeten in de lengterichting van het voertuig als volgt zijn aangebracht:
ten minste één zijmarkeringslicht moet zich in het middelste derde gedeelte van het voertuig bevinden;
de onderlinge afstand tussen de zijmarkeringslichten mag niet meer dan 3,00 m bedragen, tenzij dat door de constructie van het voertuig niet mogelijk is, in welk geval deze afstand meer dan 3,00 m doch niet meer dan 4,00 m mag bedragen;
de afstand van het meest naar voren gelegen zijmarkeringslicht tot de uiterste voorzijde van het voertuig mag niet meer dan 3,00 m bedragen;
de afstand van het meest naar achter gelegen zijmarkeringslicht tot de uiterste achterzijde van het voertuig mag niet meer dan 1,00 m bedragen.
3. Zijmarkeringslichten moeten zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,50 m boven het wegdek. Indien het door de constructie van het voertuig niet mogelijk is de zijmarkeringslichten aan te brengen op een hoogte van niet meer dan 1,50 m boven het wegdek, mogen zij op een hoogte van meer dan 1,50 m doch niet meer dan 2,10 m boven het wegdek zijn aangebracht.
2. Zijmarkeringslichten moeten in de lengterichting van het voertuig als volgt zijn aangebracht:
ten minste één zijmarkeringslicht moet zich in het middelste derde gedeelte van het voertuig bevinden;
de onderlinge afstand tussen de zijmarkeringslichten mag niet meer dan 3,00 m bedragen, tenzij dat door de constructie van het voertuig niet mogelijk is, in welk geval deze afstand meer dan 3,00 m doch niet meer dan 4,00 m mag bedragen;
de afstand van het meest naar voren gelegen zijmarkeringslicht tot de uiterste voorzijde van het voertuig mag niet meer dan 3,00 m bedragen;
de afstand van het meest naar achter gelegen zijmarkeringslicht tot de uiterste achterzijde van het voertuig mag niet meer dan 1,00 m bedragen.
3. Zijmarkeringslichten moeten zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,50 m boven het wegdek. Indien het door de constructie van het voertuig niet mogelijk is de zijmarkeringslichten aan te brengen op een hoogte van niet meer dan 1,50 m boven het wegdek, mogen zij op een hoogte van meer dan 1,50 m doch niet meer dan 2,10 m boven het wegdek zijn aangebracht.