BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.9.16c
Regeling permanente eisen
1. De gezichtsveldverbeterende voorziening is:
deugdelijk bevestigd,
steekt niet verder buiten het voertuig uit dan noodzakelijk is om de in artikel 2.9.16.b. voorgeschreven gezichtsvelden te verkrijgen,
belemmert het rechtstreekse zicht van de bestuurder zo min mogelijk en
steekt niet verder dan 250 mm uit, gemeten vanaf het breedste punt van het voertuig zonder de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen, indien de onderrand van de gezichtsveldverbeterende voorziening zich op een hoogte van minder dan 2 m boven het wegdek bevindt.
deugdelijk bevestigd,
steekt niet verder buiten het voertuig uit dan noodzakelijk is om de in artikel 2.9.16.b. voorgeschreven gezichtsvelden te verkrijgen,
belemmert het rechtstreekse zicht van de bestuurder zo min mogelijk en
steekt niet verder dan 250 mm uit, gemeten vanaf het breedste punt van het voertuig zonder de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen, indien de onderrand van de gezichtsveldverbeterende voorziening zich op een hoogte van minder dan 2 m boven het wegdek bevindt.