BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.5.4
Regeling permanente eisen
1. De draaipunten in de wielophanging anders dan bedoeld in de artikelen 2.5.2en 2.5.3, met uitzondering van kogelgewrichten, mogen:
in de richting van de belasting door slijtageverschijnselen niet meer speling hebben dan 1,0 mm, waarbij de elasticiteit van het rubber buiten beschouwing wordt gelaten;
ten gevolge van de zijdelingse verplaatsing geen kontaktplekken vertonen.
2. Het eerste lid geldt niet voor het bovenste draaipunt van het Mc Pherson-wielophangingsysteem.
3. Indien het draaipunt een kogelgewricht betreft, mag deze door slijtageverschijnselen niet meer speling hebben dan:
1,0 mm, in radiale richting;
1,0 mm, in axiale richting.
in de richting van de belasting door slijtageverschijnselen niet meer speling hebben dan 1,0 mm, waarbij de elasticiteit van het rubber buiten beschouwing wordt gelaten;
ten gevolge van de zijdelingse verplaatsing geen kontaktplekken vertonen.
2. Het eerste lid geldt niet voor het bovenste draaipunt van het Mc Pherson-wielophangingsysteem.
3. Indien het draaipunt een kogelgewricht betreft, mag deze door slijtageverschijnselen niet meer speling hebben dan:
1,0 mm, in radiale richting;
1,0 mm, in axiale richting.