BWBR0009581
Geldig vanaf 1998-05-08
Artikel 2.8.21
Regeling permanente eisen
1. De extrapolatiedruk wordt gesteld op 6 bar, tenzij:
de druk in de remcilinders van een as wordt begrensd, doordat een ventiel of een remkrachtregelaar bij de toegestane maximum massa onder een as de ingestuurde druk reduceert, in welk geval de extrapolatiedruk voor die as gelijk is aan de begrensde druk;
door middel van documentatie van de voertuigfabrikant of, indien het voertuig is uitgerust met een automatische lastafhankelijke remkrachtregelaaar, door middel van de gegevens op de ALR-plaat, wordt aangetoond dat de gegarandeerde druk in de remcilinders hoger ligt dan 6 bar. In dat geval mag deze hogere druk als extrapolatiedruk worden gebruikt.
2. Met ingang van 1 januari 1996 moet, indien voor de extrapolatie gebruik wordt gemaakt van een formule waarin de drukfactor
[tabel]
voorkomt, deze drukfactor kleiner of gelijk zijn aan 3.
3. Indien de in het tweede lid genoemde drukfactor groter is dan 3, wordt het voertuig geheel of gedeeltelijk belast en gewogen, tenzij:
de massa van de extra aangebrachte belasting exact bekend is, waarna een nieuw remproef wordt uitgevoerd, of
de berekende remvertraging groter dan of gelijk is aan de minimaal vereiste remvertraging, bij herberekening met een drukfactor 3.
de druk in de remcilinders van een as wordt begrensd, doordat een ventiel of een remkrachtregelaar bij de toegestane maximum massa onder een as de ingestuurde druk reduceert, in welk geval de extrapolatiedruk voor die as gelijk is aan de begrensde druk;
door middel van documentatie van de voertuigfabrikant of, indien het voertuig is uitgerust met een automatische lastafhankelijke remkrachtregelaaar, door middel van de gegevens op de ALR-plaat, wordt aangetoond dat de gegarandeerde druk in de remcilinders hoger ligt dan 6 bar. In dat geval mag deze hogere druk als extrapolatiedruk worden gebruikt.
2. Met ingang van 1 januari 1996 moet, indien voor de extrapolatie gebruik wordt gemaakt van een formule waarin de drukfactor
[tabel]
voorkomt, deze drukfactor kleiner of gelijk zijn aan 3.
3. Indien de in het tweede lid genoemde drukfactor groter is dan 3, wordt het voertuig geheel of gedeeltelijk belast en gewogen, tenzij:
de massa van de extra aangebrachte belasting exact bekend is, waarna een nieuw remproef wordt uitgevoerd, of
de berekende remvertraging groter dan of gelijk is aan de minimaal vereiste remvertraging, bij herberekening met een drukfactor 3.