BWBR0008477
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 5
Regeling contingentering zeevis
1. Het is verboden met de vissersvaartuigen waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend, op een grotere hoeveelheid van een vissoort in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen, dan wel een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het samengevoegde contingent van de desbetreffende vissoort is opgevist.
2. Het is verboden met de vissersvaartuigen waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend, tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het samengevoegde contingent schol is opgevist.
3. Het is verboden met de vissersvaartuigen waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend, op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het samengevoegde contingent wijting is opgevist.
2. Het is verboden met de vissersvaartuigen waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend, tong in het vangstgebied te vissen, dan wel tong uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het samengevoegde contingent schol is opgevist.
3. Het is verboden met de vissersvaartuigen waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verleend, op kabeljauw in het vangstgebied te vissen, dan wel kabeljauw uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, indien het samengevoegde contingent wijting is opgevist.