BWBR0008477
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 2
Regeling contingentering zeevis
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen dan wel een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden indien:
a. de minister de vrijstelling heeft ingetrokken;
b. - voor zover het geen kabeljauw, wijting of horsmakreel betreft - aan dat vissersvaartuig geen contingent van de desbetreffende vissoort is toegekend, of
c. het document, bedoeld in artikel 25, niet aan boord aanwezig is.
2. Het is verboden met een vissersvaartuig op een grotere hoeveelheid van een vissoort in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen, dan wel een grotere hoeveelheid van een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, dan overeenkomt met het voor dat vissersvaartuig voor dat gebied toegekende contingent van de desbetreffende vissoort.
3. Het is verboden tong, onderscheidenlijk schol, uit het vangstgebied aan te landen met, of aan boord te houden van, een ander vaartuig dan waarmee op die vissoort is gevist.
a. de minister de vrijstelling heeft ingetrokken;
b. - voor zover het geen kabeljauw, wijting of horsmakreel betreft - aan dat vissersvaartuig geen contingent van de desbetreffende vissoort is toegekend, of
c. het document, bedoeld in artikel 25, niet aan boord aanwezig is.
2. Het is verboden met een vissersvaartuig op een grotere hoeveelheid van een vissoort in het voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen, dan wel een grotere hoeveelheid van een vissoort uit dat gebied aan te landen of aan boord te houden, dan overeenkomt met het voor dat vissersvaartuig voor dat gebied toegekende contingent van de desbetreffende vissoort.
3. Het is verboden tong, onderscheidenlijk schol, uit het vangstgebied aan te landen met, of aan boord te houden van, een ander vaartuig dan waarmee op die vissoort is gevist.