BWBR0008477
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 9
Regeling contingentering zeevis
1. Indien twee of meer vissersvaartuigen waarvoor contingenten haring betrekking hebbend op hetzelfde vangstgebied, kabeljauw en wijting, of makreel zijn toegekend, de visserij in span uitoefenen, wordt elk van de betrokken vissersvaartuigen geacht een evenredig deel van de totale door deze vissersvaartuigen aangelande hoeveelheid van de desbetreffende vissoort of vissoorten te hebben aangeland.
2. Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen als bedoeld in het eerste lid moeten in dezelfde haven aanlanden en gezamenlijk uitlossen.
2. Alle tot het span te rekenen vissersvaartuigen als bedoeld in het eerste lid moeten in dezelfde haven aanlanden en gezamenlijk uitlossen.