BWBR0008477
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 19
Regeling contingentering zeevis
1. De minister kan op verzoek van een groepsbestuur dan wel bestuur van de producentenorganisatie toestaan dat een gedeelte van het groepscontingent van een vissoort in het kalenderjaar wordt opgevist, aan boord gehouden en aangeland door een of meer met name genoemde ondernemers met een vissersvaartuig dat niet deelneemt aan een groepscontingent en waarvoor het toegekende contingent van die vissoort of - in voorkomend geval - van de desbetreffende aanverwante vissoort, nog niet voor 90% is opgevist op het moment van ontvangst van het verzoek.
2. De minister verleent de toestemming, bedoeld in het eerste lid, niet indien:
a. het verzoek betrekking heeft op de ingebruikgeving aan een ondernemer of ondernemers, aan wie de voor het kalenderjaar voor hun vissersvaartuig of vissersvaartuigen toegekende contingent van de desbetreffende vissoort of - in voorkomend geval - van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstig artikel 23 is vastgesteld op nul, of
b. hij de vrijstelling heeft ingetrokken.
2. De minister verleent de toestemming, bedoeld in het eerste lid, niet indien:
a. het verzoek betrekking heeft op de ingebruikgeving aan een ondernemer of ondernemers, aan wie de voor het kalenderjaar voor hun vissersvaartuig of vissersvaartuigen toegekende contingent van de desbetreffende vissoort of - in voorkomend geval - van de desbetreffende aanverwante vissoort als gevolg van de korting overeenkomstig artikel 23 is vastgesteld op nul, of
b. hij de vrijstelling heeft ingetrokken.