BWBR0008477
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 11
Regeling contingentering zeevis
1. In afwijking van artikel 10, eerste lid, kan de minister op verzoek van een ondernemer die meer dan één vissersvaartuig in eigendom heeft waarvoor een contingent van dezelfde vissoort is toegekend, die contingenten volgens een door de ondernemer aangegeven andere verdeling voor deze vissersvaartuigen opnieuw toekennen.
2. De minister willigt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, slechts in:
a. - voorzover het contingenten van een aanverwante vissoort betreft - mits voor de betrokken vissersvaartuigen zowel een contingent van de desbetreffende aanverwante vissoort als een contingent van de in de bijlage, onderdeel b, bij die aanverwante vissoort genoemde vissoort wordt toegekend;
b. indien de contingenten van de desbetreffende vissoort of - in voorkomend geval - van de desbetreffende aanverwante vissoort van de betrokken vissersvaartuigen nog niet voor 90% zijn opgevist, dan wel niet als gevolg van de korting overeenkomstig artikel 23 zijn vastgesteld op nul op het moment van ontvangst van het verzoek, en
c. de vrijstelling nog niet is ingetrokken.
2. De minister willigt het verzoek, bedoeld in het eerste lid, slechts in:
a. - voorzover het contingenten van een aanverwante vissoort betreft - mits voor de betrokken vissersvaartuigen zowel een contingent van de desbetreffende aanverwante vissoort als een contingent van de in de bijlage, onderdeel b, bij die aanverwante vissoort genoemde vissoort wordt toegekend;
b. indien de contingenten van de desbetreffende vissoort of - in voorkomend geval - van de desbetreffende aanverwante vissoort van de betrokken vissersvaartuigen nog niet voor 90% zijn opgevist, dan wel niet als gevolg van de korting overeenkomstig artikel 23 zijn vastgesteld op nul op het moment van ontvangst van het verzoek, en
c. de vrijstelling nog niet is ingetrokken.