BWBR0008477
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 8
Regeling contingentering zeevis
1. Het is verboden:
a. per kalendermaand meer dan de in de bijlage, onderdeel d, aangegeven hoeveelheid makreel uit de sector IIa en deelgebied IV aan boord te hebben of aan te landen met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel, doch enig ander contingent ingevolge artikel 10, 10a, 11, 13 of 14 is toegekend, of waaraan een vergunning is verleend voor het vangen van garnalen overeenkomstig artikel 11 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren.
b. makreel uit de sector of het deelgebied, als bedoeld in onderdeel a, aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig, behorende tot de groep vissersvaartuigen waarvoor geen contingent is toegekend ingevolge artikel 10, 10a, 11, 13 of 14 en waarvoor geen vergunning is verleend voor het vangen van garnalen ingevolge artikel 11 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren, indien die vissersvaartuigen in een kalenderjaar gezamenlijk de in de bijlage, onderdeel f, bedoelde hoeveelheid makreel hebben opgevist.
2. De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel is toegekend, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden makreel ten titel van beheer in de groep dan wel producentenorganisatie te hebben ingebracht.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen die aan een groepscontingent deelnemen en waarvoor geen contingent makreel is toegekend, een grotere hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te houden of aan te landen dan de som van de op grond van het tweede lid in een groep dan wel producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheid makreel.
a. per kalendermaand meer dan de in de bijlage, onderdeel d, aangegeven hoeveelheid makreel uit de sector IIa en deelgebied IV aan boord te hebben of aan te landen met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel, doch enig ander contingent ingevolge artikel 10, 10a, 11, 13 of 14 is toegekend, of waaraan een vergunning is verleend voor het vangen van garnalen overeenkomstig artikel 11 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren.
b. makreel uit de sector of het deelgebied, als bedoeld in onderdeel a, aan boord te hebben van of aan te landen met een vissersvaartuig, behorende tot de groep vissersvaartuigen waarvoor geen contingent is toegekend ingevolge artikel 10, 10a, 11, 13 of 14 en waarvoor geen vergunning is verleend voor het vangen van garnalen ingevolge artikel 11 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren, indien die vissersvaartuigen in een kalenderjaar gezamenlijk de in de bijlage, onderdeel f, bedoelde hoeveelheid makreel hebben opgevist.
2. De ondernemer die met een vissersvaartuig waarvoor geen contingent makreel is toegekend, deelneemt aan een groepscontingent, wordt geacht de som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden makreel ten titel van beheer in de groep dan wel producentenorganisatie te hebben ingebracht.
3. Het is verboden met vissersvaartuigen die aan een groepscontingent deelnemen en waarvoor geen contingent makreel is toegekend, een grotere hoeveelheid makreel uit sector IIa en deelgebied IV aan boord te houden of aan te landen dan de som van de op grond van het tweede lid in een groep dan wel producentenorganisatie ingebrachte hoeveelheid makreel.