BWBR0004800
Geldig vanaf 01-01-2005
Artikel 58
Leidraad invordering 1990
Artikel 58 van de wet regelt de verplichting tot
a. het verstrekken van gegevens en inlichtingen;
b. het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers of de inhoud daarvan, dit ter keuze van de ontvanger voor "eigen" belastingschulden; en
c. persoonsidentificatie jegens de ontvanger.
De reikwijdte van het artikel beperkt zich tot verstrekking door de belastingschuldige zelf die voor de belastinginvordering te zijnen aanzien van belang is, en ten aanzien van aansprakelijkgestelden. Ook kan met gebruikmaking van de in artikel 58 van de wet neergelegde verplichtingen de belastingschuldige verzocht worden om gegevens en inlichtingen te verstrekken en om gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te stellen om te beoordelen of tot aansprakelijkstelling van derden kan worden overgegaan. Als met gebruikmaking van deze verplichtingen bij de belastingschuldige zelf geen antwoord kan worden gegeven op de vraag of iemand aansprakelijk kan worden gesteld, kan de ontvanger voor beantwoording van die vraag zich bij de administratieplichtigen bedienen van artikel 62 van de wet.
Het is de ontvanger niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen nadat de rechter de ontvanger in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren voor door laatstgenoemde in een procedure aangevoerde stellingen indien en voorzover dat onderzoek wordt ingesteld om gegevens te verwerven om dat bewijs te kunnen leveren. Als deze situaties zich voordoen wendt de ontvanger zich tot het ministerie.
De ontvanger dient bij het vragen van gegevens en/of gegevensdragers op grond van artikel 58 van de wet met betrekking tot de invordering van belastingaanslagen die direct dan wel indirect het onderwerp zijn van een strafrechtelijk onderzoek, tegenover de belastingschuldige het gestelde in artikel 29 Sv in acht te nemen (geven van de zgn. cautie). Als in die gevallen het stellen van de cautie achterwege zou blijven zou de ontvangen gegevens en/of de ter beschikking gestelde gegevensdragers als onrechtmatig verkregen kunnen worden aangemerkt en mitsdien verder buiten beschouwing moeten blijven. Als evenwel de benodigde gegevens en/of gegevensdragers geen betrekking hebben op aspekten van dat strafrechtelijke onderzoek dient aan de verplichting van artikel 58 van de wet voldaan te worden.
Artikel 58 van de wet is ook van toepassing ten aanzien van aansprakelijkgestelden. Dit houdt dus in dat ten aanzien van deze categorie pas na aansprakelijkstelling een beroep op dit artikel kan worden gedaan en niet reeds vanaf een vroeger tijdstip.
a. het verstrekken van gegevens en inlichtingen;
b. het voor raadpleging beschikbaar stellen van gegevensdragers of de inhoud daarvan, dit ter keuze van de ontvanger voor "eigen" belastingschulden; en
c. persoonsidentificatie jegens de ontvanger.
De reikwijdte van het artikel beperkt zich tot verstrekking door de belastingschuldige zelf die voor de belastinginvordering te zijnen aanzien van belang is, en ten aanzien van aansprakelijkgestelden. Ook kan met gebruikmaking van de in artikel 58 van de wet neergelegde verplichtingen de belastingschuldige verzocht worden om gegevens en inlichtingen te verstrekken en om gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te stellen om te beoordelen of tot aansprakelijkstelling van derden kan worden overgegaan. Als met gebruikmaking van deze verplichtingen bij de belastingschuldige zelf geen antwoord kan worden gegeven op de vraag of iemand aansprakelijk kan worden gesteld, kan de ontvanger voor beantwoording van die vraag zich bij de administratieplichtigen bedienen van artikel 62 van de wet.
Het is de ontvanger niet toegestaan een invorderingsonderzoek te doen instellen nadat de rechter de ontvanger in de gelegenheid heeft gesteld bewijs te leveren voor door laatstgenoemde in een procedure aangevoerde stellingen indien en voorzover dat onderzoek wordt ingesteld om gegevens te verwerven om dat bewijs te kunnen leveren. Als deze situaties zich voordoen wendt de ontvanger zich tot het ministerie.
De ontvanger dient bij het vragen van gegevens en/of gegevensdragers op grond van artikel 58 van de wet met betrekking tot de invordering van belastingaanslagen die direct dan wel indirect het onderwerp zijn van een strafrechtelijk onderzoek, tegenover de belastingschuldige het gestelde in artikel 29 Sv in acht te nemen (geven van de zgn. cautie). Als in die gevallen het stellen van de cautie achterwege zou blijven zou de ontvangen gegevens en/of de ter beschikking gestelde gegevensdragers als onrechtmatig verkregen kunnen worden aangemerkt en mitsdien verder buiten beschouwing moeten blijven. Als evenwel de benodigde gegevens en/of gegevensdragers geen betrekking hebben op aspekten van dat strafrechtelijke onderzoek dient aan de verplichting van artikel 58 van de wet voldaan te worden.
Artikel 58 van de wet is ook van toepassing ten aanzien van aansprakelijkgestelden. Dit houdt dus in dat ten aanzien van deze categorie pas na aansprakelijkstelling een beroep op dit artikel kan worden gedaan en niet reeds vanaf een vroeger tijdstip.
- Citeren als
- Art. 58
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0004800
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl